Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
De verdubbelgetalien : (ienvoudig, drievoudig, veelvuldig, enz.
De soortgetallen: eenerlei, tweeërlei oi tweederlei, drie'èrhande,
driedtrlei, vierderlei, allerhande, enz.
Men schrijve niet: deze tuin is eens zoo groot als die, maar; deze
tuin is tweemaal zoo groot als die.
1\\' allerlei soort van koopwaar, allerhande slag van volk, enz.
zijn ^.xiilag overtollig. Men schrijve dus: allerlei koopwaar
alle soorten van koopwaar; allerhande volk of alle slag van volk,
60. Eén man, ééne vrouw, één kind wordt verbogen als
een man, eene vrouw, een kind.
Verbuiging van het lidwoord een, als zelfstandig bescbouwd.
Enkelvoud.
Mannelijk, Vrouwelijk. Onzijdig.
1. De eene. 1, De eene. 1. Het eene.
2. Des eenen. 2. Der eene. 2. Deseenen.
3. Deneenen. 3. Der eene, de eene, 3. Den eenen, het eene.
4. Den eenen. 4. De eene, 4. Het eene.
Even zoo verbuigt men de andere, In den Istcn en 4den naamval
schrijft men ook de een en de ander, den een en den ander.
In: de eenen deden dit, de anderen dat, is eenen een onbepaald
talwoord , en beteekent zooveel als sommigen,
01. De hoofdgetallen kunnen ook in het meervoud ge-
bruikt worden; b. v.: hzus en de twaalven; 7net ons vieren;
met u achten; met hun tienen; Noach was met zijn achten in
de ark *); hel is bij vijven; het was bij zessen; honderden
'menschen; duizenden engelen; hij wierp de twee drieën; hij is
van zessen klaar; enz.
Men zegt natuurlijk: het is bij ééne.
02. Er is onderscheid tusschen: zijn ééne paard en een zijner
paarden \ zijne twee paarden en twee zijner paarden; enz.
Zij gaan twee en twee bet. zij gaan bij tweeën ; zij gaan twee aan
*) Vroeger schreef men: Noach zijn achtster voor Noach met zijn achten.