Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
-s
xvaarmede, waardoor, waarin, waaruit, waaroji, waartoe, enz.
komen niet zelden in de plaats der betrekkelijke voornaamw.;
b. V.: Dit is het paard, waarmede ik gekomen beiv, dit is de
man, waarmede {ot tnet wien) ik gesproken heb; dit is het
woord, waarop wij vertrouwen, of: dit is hel woord, waar
wij op vertrouwen, of, voor de welluidepdheid, daar wij
op vertrouwen.
39. De tehvoorden worden verdeeld in hoofdgetallen of
grondgetallen, en ranggetallen. De eerste geven te kennen,
hoeveel voorwerpen van dezelfde soort er worden genomen;
de laatste het hoeveelste voorwerp in zijné soort bedoeld wordt.
Hoofd- oi grondgetallen zijn: een, tien. honderd, duizend,
millioen , enz.
Bepaalde i-aitggelallen zijn: de eerste, de tweede of de an-
dere, de elfde, de duizendste, enz.
Onbepaalde ranggetallen zijn: de laatste, de zooveelste, de
hoeveelste.
De hoofdgetalkn en ranggetallen noemt men bepaalde tel-
woorden. Onbepaalde te\woordtn zijn: al, alles, beide, geza-
meniijk, geheel, gansch, ieder, iegelijk, elk, geen, eenig, ette-
lijke, sommige, menig, veel, weinig, genoeg, half, wat, luttel,
eniiele; verscheidene, onderscheidene, verschillende, zekere.
De onbepaalde telwoorden zijn eigenlijk bijvoegelijke naamwoor-
den of zelfstandig gebruikte bijv. naamw. Worden ze zelfstandig
gebruikt, dan krijgen sommige den naam van gemeenslachtige zelfst.
Jiaamw.; als: ieder, {ieders , eens ieders) ; iedereen (iedercens); een iege-
lijk (eens iegelijks, een' iegelijk)-, menigeen {menigeens)elkeen [eikeens).
Nog rekent men onder de telwoorden:
De herhalinggetallen: eenmaal, een reiï, twee keer, driewerj,
honderdmaal.