Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Meekvoud.
Eerste persoon. Tweede persoon. Derde persoon.
1. Wij, we. 1. Gij, ge. 1. Zij, ze. 1. Zij, ze. 1. Zij, ze.
2. Onzer. 2. Uwer. 2. Hunner. 2. Harer. 2.
3. Ons. 3. U. 3. Hun, ze. 3. Haar. 3.
4. Ons. 4. U. 4. Hen, ze. 4. Haar, ze. 4. Zij, ze.
In plaats van de ontbrekende naamvallen van het gebruikt
men die van hij, of de zamengekoppelde bijwoorden daarvan en
daaraan, waarvoor men ook er van en er aan schrijft; b. v.: Benkt
gij aan het kind? — Ja, ik denk daaraan of er aan ; of ook: ik
denk aan hetzelve.
Het voornaamwoord van den 2den persoon enkelvoud is verou-
derd, Men gebruikt het nog in het versje
Heden mij,
Morgen dij.
In plaats van het enkelv. du (doe) is het meervoudige gij {^i)
ge gekomen, of, zooals men in de omgangstaal zegt: jij (ji)^'e,
en jou (of joè) voor u. Jij en jou hoort men niet gaarne. Wil men
beleefd spreken, dan zegt men of ook viAnw, uwé, um, uwé's,
dat ontstaan is uit TJw Edele, Uwe Edelheid; b. v.: 1} heeft u ver-
gist ; Uwé heeft dat gezegd; IJ is ziek. Wil men het meervoud sterk
doen uitkomen, dan versterkt men gij, enz. met lieden\ol lui, als:
gijlieden ; jijlui, jelui; juili, jullie ; ulieder, ulieden; wijlui, ons-
lieder, onslieden; hunlieden, zijlieden, enz.
De onderscheiding van hun en hen is op willekeur gegrond.
46. Zich is een terugwerkend persoonlijk voornaamw., dat
in alle drie de geslachten, in het enkel- en meervoud, in
den 3den en 4<len naamval gebruikt wordt. Hij wascht zieh;
zij geeft zich moeite-, zij kwetsen zich.
47. Elkander, elkaar, malkander en malkaar zijn iveder-
keerige pers. voornaamw. De 2i3e naamval is elkanders, mal-
kanders; de S^e naamval elkander of eikanderen; malkander
of malkanderen.