Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Best staat voor hetst, gelijk lest staat voor letst. Bet komt
nog voor in betovergrootvader, betweter, Betuwe. Lest komt voor
in de spreekwijze: Lest heugt best en in lestmaals, ten leste, ten lan-
gen leste. Lest is het tegenovergestelde van eerst; laatst van eerst
en vroegst beide. — Vooral dichters maken gaarne gebruik van lest.
Hoogst zeldzaam is 't gebruik van goeder. Tollens zegt van de
Hollandsche vrouw:
Br leeft er nergens goeder. ^
Dit voorbeeld verdient geene navolging.
42. Na den vergrootenden trap gebruikt men het woordje
dan: Jan is zoo groot als Piet, doch kleiner dan Willem;
hel schijnen andere vruchten, dan die van gisteren-, geen an-
der dan hij, was er; die knaap leest anders, dan gij; er
was niemand (anders), dan hij; wiens schuld is het (anders),
dan de zijne; 'hij kwam nooit (anders), dan des Zondags;
het eet niets (anders), dan brood; zij kwam nergens (anders),
dan bij u; ik zal nimmer komen (anders), dan 's avonds;
zijl gij nog elders {ergens anders) geweest, dan bij uw' oom F
Anders en elders zijn tweede naamvallen van de bijvoegelijke
woorden gnder en elder. Ander en elder zijn de vergrootende
trappen van an en el\ vandaar dat zij het woordje dan achter
zich nemen.
43. De beteekenisder woorden vuurrood, bloedrood, ijs-
koud, beendroog , gitzwart, pikzivart, fonkelnieuw sneemv-
wit, ijzersterk, luchtdigt; almachtig, onmetelijk, overaltegen-
woordig, ontelbaar, eeuwig, enz. laat geene vergrooting toe.
Men vindt niet zelden: mijn eenigst genoegen , de eenigste uitzon-
dering. In : hij zag het eerste levenslicht is eerste overtollig.
De overtreffende trap wordt soms door versterkt, als: aller-
grootst , allergeduc^tst.
De uitdrukking allereerste beginselen verdient afkeuring.