Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
Onzijdig : een schoon pas^rd, cenig gereed geld, elk goed bericht,
blootshoofds, veel schoons, iets treurigs, wat bijzonders, van goe-
den huize, in koelen bloede, in allen gevalle.
36 Er is onderscheid tusschen: een groot koning en een groote
koning; een goed meester en een goede meester; een groot man
en een groote man ; een sterk looper en een sterke looper; een goed
vriend en een goede vriend; een slecht vriend en een slechte vriend;
een eenvoudig burger en een eenvoudige burger; menig oud vriend en
menig oude vriend; zeker goed j ager en zeker goede j ager; elk kundig
vorst en elk kundige vorst; mijn oud huis en mijn oude huis; het
moedig paard en het moedige paard; een oude soldaat, een oud sol-
daat en een oudsoldaat; een oude ouderling en een oudouderling; een
oad burgemeester, een oude burgemeester en een oudburgemeester;
een groote handelaar, een groot handelaar eu eeu groothandelaar.
37. Verbuiging van het bijvoegelijk naamwoord, als een zelfst.
naamw. beschouwd.
Ekkelvoud.
Mannelijk,
1. De wijze.
2. Des wijzen.
3. Den wijze.
4. Den wijze.
Vrouwelijk.
1. Dc wijze.
2. Der wijze.
3. Der wijze, de wijze.
4. De wijze.
Meekvoüd.
1, De wijzen.
2, Der wijzen.
3. Den wijzen,
4. De wijzen,
In uitdrukkingen als Fredonk de Wijze, Alexander de Groote,
enz. volgt het bijv. naamw. de zwakke verbuiging: Ik spreek
van Frederik den Wijzen; ik denk aan Alexander den Grooien,
38. Niet verbogen worden :
a. De stoffelijke bijv. naamw. op en.
b. De bijv. naamw'. op lei en hande: allerlei,velerhande, enz.
c. De bijv. naamw. op er, die van den naam eener