Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
onnoozel, weelderig; zilveren, koperen, linnen, spanen, sneeu-
wen, vleezen, lijwalen, schelpen; beleefd, vermaard, gestreng,
aartsdom, onrein, wanvoegelijk, enz.
Men schrijft namelooze smart en ee^i naamlooze brief.
32. Stoffelijke bijv. naamw. zijn koperen, linnen, spanen,
azuren, iverken, vriesch, neteldoeksch, lakensch,kamerdoeksch,
duffelsch, merinosch, nankingsch, coatijigsch, enz., die de stof
aanduiden, waarvan de voorwerpen vervaardigd zijn.
Linnen staat voor lijnen, van lijn, dat nog voorkomt in lijnzaad,
lijnwaad; en garen staat voor garenen,
33. Men zegt en schrijft brekende waar voor breekbare waar\
roerend en onroerend goed voor roerbaar en onroerhaar goed', ster-
vende ziel voor sterfelijke ziel, sterfelijk mensch,
34. Verbuiging van het bijv. naamw. in den zwakken vorm.
Enkelvoud.
Mannelijk. ' Vrouwelijk. Onzijdig.
1. De goede man, 1. De goede vrouw. 1. Het goede kind.
2. Des goeden mans. 2. Der goede vrouw. 2. Des goeden kinds.
3. Den goeden man. 3. Der of de goede vrouw, 3. Den goeden kinde
of het goede kind.
4. Den goeden man. 4. De goede vrouw, 4. Het goede kind.
Mee-rvgitd,
1. De goede mannen, vrouwen, kinderen.
2. Der goede mannen, vrouwen, kinderen.
3. Den goeden mannen. Vrouwen, kinderen.
4. De goede mannen, vrouwen, kinderen.
35. Voorbeelden van sterke verbuiging zijn :
iïtejz^/?}'-?:-een goed vader, een moedig krijgsman; goedsmoeds,
alleszins, geenszins; in engen moede, met voorbedachten rade;—
Vrouwelijk: Q&rägtxmdXQ, middelerwijl, zaliger gedachtenis; in
aller ijl, in lichter laaije*), van liever led.e, ter goeder ure; —
*) Laaije beteekent vlam: daarom is in lichter laatje vlam het laatste
woord overtollig. Laaije komt ook voor als bijv. naamw.:
't Zijn kolken louter licht, waaruit een laaije brand
Van vlammend purper stijgt en hortend diamant.