Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Het woordje een neemt den meervoudsvorm niet aan. Men
kan menschen, echtgenooten, huizen beschouwen als het meervoud van
een mensch, eene echtgenoot, een huis.
Meer en meer wint het gebruik veld om eene, eenen te verkor-
ten tot een' of een.
Verbuiging van het zelfstandig naamw. zonder lidwoord.
Mannelijk.
1. God.
2. Gods of Godes.
3. God of Gode.
4. God.
Enkelvoud.
Yrouwelijk.
1. Zuster.
2. Zusters.
3. Zuster.
4. Zuster,
Enkelvoud.
Onzijdig.
1. Gebed.
2. Gebeds.
3. Gebede of gebed.
4. Gebed.
1. 3. 4. Willem, Jacobus, Marnix, Louise, Maria, Cato.
2. Willems, Jacobus', Marnix', Louises, Maria's, Cato's.
30. Eindigt de tweede naamval in 't mann, geslacht op s, dan
heet hij den sterken-, eindigt hij op en, dan heet hij den zwakken
tweeden naamval. Een' zwakken tweeden naamval hebben de man-
nelijke woorden: vorst, prins, hertog, graaf, paus, heer, profeet,
metisch, knaap, nar, bode, getuige, bediende, wijze, brave, vrome, rijke,
naaste, overste, gevangene, enz. Van de onzijdige wordt alleen hart*
zwak verbogen. Eene enkele maal vindt men: eener vrouwen man.
Heer, graaf, profeet, knaap, nar, lode en hertog hebben ook
den sterken tweeden naamval. Er is ouderscheid tussohen: het
huis des Heers en het huis des Heeren.
31. Het bijvoegelijk naamwoord drukt eene eigenschap
of ^hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord uit, en
volgt dit zelfst. naamw. in geslacht, getal en naamval. Bij-
voegelijke naamw. zijn: goed, slecht, rijk, stout; deelachtig,
zwartachtig, krijgshaftig, dankbaar, toornig, vriendelijk, god-
deloos, aardsch, Zweedsch, Russisch, Europeesch, vreedzaam.
J