Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Mannelijk.
1. De koning.
2. Des konings.
3. Den koning.
Den koning.
' Soms beteekent eene of eener dezelfde; als: zij zijn van eene
of eener waarde.
29, Verbuiging van Ket bepalend lidwoord en liet zelfslan^ig
naamwoord *),
Ehkelvotjd.
V r ouwelijk. O nzijdig.
1. De moeder. 1. Het Vart oï liarle.
2. Der moeder. 2, Des liarten,
3. Der moeder, de moeder. 3. Het bart oï liarte,
den barte.
4. De moeder. 4. "Het batte.
Meervotjd.
1. De koningen. 1. De moeders. 1. De batten.
2. Der koningen. 2. Der moeders. 2. Der batten.
3. Den koningen. 3. Den moeders. 3. Den batten.
4. De koningen. 4. De moeders. 4. De \vaxten.
Niet zelden beeft in lossen stijl de derde naamval meerv. den
Torm van den vierden naamv.: T^efoovers gaven de hoeren het ge-
ttolene goed weder. Zoo ook: die kinderen geven hunne ouders veei
reden, tot tevredenheid.
Hoewel 't woord «jereW vrouw, is, scbrijft men: 's werelds loop,
werelds overvloed^ en vindt men een enkel maal des werelds,
Des werelds vlek werd afgewasschen. Zoo ook: rAet gulden 's maaiids^
zes stuivers weeks
Verbuiging vau het onbepaald lidwoord en bet zelïstandig naam"w.
Enkelvoud.
Mannelijk.
1. Een mensch.
3. Eens menschen.
S. Eenen mensch,
een' mensch.
4. Eenen inensch,
een' mensch.
Yxouwelijk.
1. Eene echtgenoot.
2. Eener echtgeaoot.
3. Eener echtgenoot, eene
echtgenoot.
4. Eene echtgenoot.
Onzijdig.
1. Een huls.
2. Eens huizes,
3. Eenen huize
een huls.
4. Een liula.
*) De verbuigingen staan alleen In kleinere letter om ^plaats te vdu]
t) Zoo schreef men ook in 't Middelnederlandsch des zewes haren ■
de baren der zee, hoewel zee^ sewe, seeuwe vrouw. was. "Van dit se
leidt men den eigen-soortnaam Zeeuwen af.