Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
oude vrouw) eene verkorting van besiemoeder, mol (m.) eene verkor-
ting van molworp, d, i. aardwerper, en snuif (vr.) eene verkorting
van snuiftabak (m.). Wijfie onzijdig als verkorting van wijfman.
Man beteekent in het Noordsch slaaf en is onzijdig. Oogenhlik,
zamengesteld uit oogen en het onzijdige geblik, dient daarom on-
zijdig te zijn. Men gebruikt het ook mannelijk. Het vierkant
staat voor het vierkante-, kant is mann.
25. Sommige woorden hadden vroeger een ander geslacht dan
tegenwoordig. Bood, tijd en , thans mann., waren vroeger
vrouwelijk. Men zegt nog ter dood brengen, mettertijd, in der tijd,
middernacht.— Boek was mann.; oor enooy, hart, heest en feed
waren vrouw.: men schrijft dan ook nog ter oore komen, ter feest
gaan , de heest spelen, ter harte nemen.
Andere woorden hebben tweeërlei geslacht. Zoowel vrouwelijk
als onzijdig worden gebruikt: mitd, punt, spits, maal, raam en kraam,
gordijn en lijm, slib en slik of slijk, schilderij, figmr, terras, rondas,
ledikant, mikroskoóp^'idee, kwispedoor, enz.
Men schrijft het uur en de ure. Oorlog heeft alle drie de geslach-
ten : het vrouw, verdient de voorkeur. Ö/rr^gr, altaar, jammer en
zadel {zaal) worden mann, en onz. gebruikt. Wordt mensch (m.)
onzijdig_gebruikt, dan heeft het iets minachtends, medelijdends of
vertrouwelijks: Iht arme memch is doodziek.
Het hof voor de hofstede, het buiten voor de buitenplaats, het
muziek voor het muziekgezelschap zijn gewestelijke uitdrukkingen.
Beteekent eigendom het voorwerp dat iemand eigen is, dan is 't
onzijdig; als: dit huis is het eigendom mn mijn^ vader,
Beteekent getuigenis dat, wat getuigd is, dan is het woord on-
zijdig; als: Het getuigenis kwam niet md de waarheid otereen,
Beteekenen diamant, kurk, doek, enz. de stof in het algemeen, en
niet de- voorwerpen, welke van die stof zijn vervaardigd en er
den naam naar dragen, dan zijn de woorden onzijdig; als: het
diamant is duur, het kurk goedkoop, het doek is versleten-, geef mij
den diamant, neem de kurk, doe den doek om, enz.
Van visch sprekende, zegt men: zij is niet gaar; van steen, zij
is goedkoop; van turf, zij is duur, enz,: zeide men hitx hij, zoo