Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
ten en sloten; heenen^^ beenderen; kleeden en kleederen; volkenen
volkeren; spellen en spelen ; teekens en teekenen; ketens en ketenen;
bladen en bladeren; spanen en spaanders; nachtwaehts en nacht-
wachten; raden en raders-, redens en redenen.
In het algemeen is het meervond op en deftiger, dat op s meer
alledaagsch.
De woorden, die den dubbelen meervoudsvorm ers of eren aan-
nemen, ziju: blad, rad, goed, gemoed, lam, lied, gelid, kalf,
kind, kleed, been, hoen, spaan, rund, volk, ei en loof. *)
17. Er is onderscheid tusschen: drie mud erwten en drie mudden
erwten-, acht pond koffij en acht ponden koffijhonderd gulden en
honderd guldens-, tien el lint en tien ellen lint-, twee derde en twee
derden-, vijf achtste en vijf achtsten.
18. Vroeger bestond er tusschen het enkel- en meervoud van
sommige woorden weinig of in 't geheel geen onderscheid. Zoo zegt
men dan nu nog slaag krijgen voor slagen krijgen, en even zoo :
onder de voet werpen ; op de been brengen; bij de werk zijn ; — drie
jaar oud of drie jaren oud; zes uur ver of zes uren ver; drie duim
lang of drie duimen lang; vier maand oud of vier maanden oud;
acht pond zwaar of acht ponden zwaar; zes gulden waard of zes
guldens waard; enz.
Gaat geen grondgetal vooraf, dan mag het teeken des meer-
vouds niet ontbreken. Daarom is de volgende versregel niet on-
berispelijk :
Mijn roeden groeiden aan tot morgen,
19. Sommige woorden worden alleen in het meerv. ge-
bruikt. Daartoe behooren onder andere: ouders, vooronders,
gebroeders, gezusters, zeden, kosten, onkosten, Pyrenëen, Alpen,
hersenen, verzenen (hielen), lieden, zemelen, metten, enz.
Ouders wordt in de spreektaal vaak in 't enkelvoud gebruikt.
Zoo zegt men o. a.v
*) In de spreelitaal hoort men venters, tinters, dingers als het meervoud
van vent, lint, ding, en jongers als het meerv. van jongen. Jongeren bet.
ook leerlingen; als: de jongeren van Jezus.