Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
of eene aanduiden : het pad is eenen voet breed; lekker is
eenen vinger lang ; het heeft éénen dag geduurd; hij kicam den twaalf-
den Maart.
lu den vierden naamval staan ook die woorden, die een gewicht ^
eene waarde of een' prijs te kennen geven, als: het weegt eenen kor-
rel; het 2.S eenen korrel zwaar; het is em^n gulden waard; het kost
eenen rijksdaalder; het geldt eenen schilling; het beloopt eenen .stui-
ver ; het bedraagt eenen ha hen gulden ; het geldt eenen cent de ons»
Kog kofifil deze zoogenaamde bijwoordelijke naamval vcor in
uitdrukkingen als de voluende: Ihj viel op mij aan, den degen in
de hand; d. i.: den degen in de liand hebbende; hier zit natuur in
rouw, den doodstooi om de leden; enz.
Aansprekingen staan in den zoofieuaamden vijfden naamval, die
in vorm met den eersten naamval overeenkomt; als; Jeroen! leer
uwe les, Kihders ! Ut op,
44. Het getal wijst aan, of er slechts aan één voorwerp,
dan of er aan meer voorwerpen van dezelfde soort gedacht
wordt. Er zijn dus twee getalvormen: het enkei- en het
meervoud.
IJet meervoud wordt gevormd door de uilgangen n,en,
s, ers of ereii; als: hoogte, hoogten; stoel, stoelen; perzik,
perziken; peen,peenen; eega. eega's ol eegaas; tafel, tafels; hoen,
"hoenders oï hoenderen; — kolibri, kolibris; sop/ta, sophas,
15. Sommige zelf>t. naamw. vormen iiuii meervuud onre^^eimatig.
a. Lid, gelid^ schip, mid, spit, t'plit en tij hebben in het meer-
voud leden ^ gelederen. ^ schapen, smeden , speten, i^pleten en reven,
Beteekent rif klip of geraamte ^ dau is het me?rv. riffen.
Smid heeft in het meerv. ook smils.
Ledematen ikyo. de leden van het ligchaam.
Lidmaten of ledematen zijn de medeleden van een kerkgenootschap,
h. Steden, het meerv. van slede, is ook het meerv. van siad,
c. De woorden, dieopheid, vroeger hede, eindigen, hebben in
bet meervoud heden: grooihfid, grootheden, enz.
d. Sieraad en kleinood hebben in *t meerv. sieradien , kleinoodien,
en sieraden, kleinooden.