Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
5H
weg zouden zitten. Alleen dan zou dit plaats liebben als
hij te ver gaat en in geloofspunten komt. Dat echter de
Christelijke deugden boven verschil van geloof zijn, schijnt
mij met den heer thorbecke ontwijfelbaar.
Ik koester nog altijd de hoop, dat de heer de groot
de waarheid daarvan zal inzien en dat hem zijne vergissing
omtrent art. 33 duidelijk worde. De verdienstelijke man
heeft in de zaak van het schoolwezen reeds veel goeds ge-
daan en het is mijne overtuiging, dat hij nog veel meer
kan doen, indien hij de wet in dien geest kon ojivatten,
gelijk zij aangenomen is. Zoo heeft immers ook nog on-
langs (den 13 Dec. ISÜl) de heer c. e. vax koetsveld,
wiens ijver voor Christelijke Volksscholen, met afscheiding
der Israëliten, genoeg bekend is, 0])enlijk verklaard: „ Mis-
sciiien was het in onzen tijd , waarin zoo eindloos verschil-
lend over het Christendom wordt gedacht, voor de stichting
van een eigenlijk Christelijk volksonderwijs of te laat of te
vroeg. De leemte, die zich hierdoor doet gevoelen, moet
dus op eene andere wijze worden aangevuld en allerminst
te gemoet gekomen door het ontduiken of braveren der
wet." En verder: „ De gemengde volkssschool, door
Israëliten evenzeer als door Christenen van verschillende
geloofsbelijdenis bezocht, moet op onzijdig terrein blijven,
wil men de wet eerlijk uitvoeren. — Toch belioeft de op-
leiding tot alle maatschappelijke en Christelijke deugden,
ook in deze wet behouden, geen doode letter te blijven.
Het Christendom is nu eenmaal een morele kracht in du
wereld geworden, waaraan zelfs liij, die het niet belijdt,
geen weerstand heeft kunnen bieden." — Mögt ook de
heer de groot hetzelfde besctfen, gelooven en vertrouwen.
16 Jan narij 1862.