Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
ook aaii CliristeHjke (lengden, aan ('hristelijke moraal, aan
die deugden, welke ook de Israëliet betraeliten kan en moet,
tenzij liij uit dweepzucht de zaak verwerpe om den naam.
„Nu erken ik, dat, gelijk van iedere wetsbepaling, zoo
ook van deze misbruik kan worden gemaakt. Ik erken,
dat van de formule der wet van ISU(5 misbruik is gemaakt;
maar ik oordeel hier niet, of dat misbruik zoo bovenmatig
was, als wel eens beweerd wordt. Ik erken de mogelijk-
heid, dat van deze bepaling welligt ook in het vervolg mis-
bruik zal worden gemaakt. Maar daarom heb ik waarbor-
gen noodig. En waar moet ik die waarborgen zoeken?
Buiten do wet? In de verklaringen, door de llegering ge-
geven van den zin der gebezigde bewoordingen? Mijnheer
de Yoorzitter, daarin zoek ik die waarborgen niet. Ik wil
niets te kort doen aan de waarde der verklaringen , reeds
door de llegering gegeven. De Minister van Justitie heeft
in zijne rede van 4 Julij jl. verklaard te zullen aantoonen,
dat opleiding tot Christelijke deugdsbetrachting op de ge-
mengde school niet onmogelijk zal zijn, zonder de Israëli-
ten te kwetsen of te ergeren. Ik verbeide de vervulling
dier toezegging met belangstelling. Maar waarborgen zoek
ik evenmin in de reeds gegevene als in de nog te geven
verklaringen. Want ik vergeet niet en mag niet vergeten,
dat al die verklaringen, hoe ook strevende naar het weg-
nemen van bezwaren, den stempel dragen van den moeije-
lijken toestand, waarin de Regering zich bevindt, geplaatst
als zij is tusschen twee vuren: tusschen hen, die in het
bevredigingsmiddel te veel, en anderen, die daarin te weinig
zien. Ik vergeet ook niet, dat de Minister van Justitie,
hoe ook getrouw willende handhaven de beginselen der
Grondwet (en dat doet zijn eerlijk hart eer aan), toch iu
theorie geen voorstander is van die beginselen, en over de
vereeniging van Christenen en Israëliten op de volksschool —
een gevolg dier beginselen — in zijne rede van Z Julij jl.
heeft gesproken op eene wijze, die geene onvoorwaardelijke
sympathie voor die vereeniging verraadt. Dit alles zie ik
niet voorbij; en daarom zoek ik geen waarborgen in de ver-
klaringen der Regering, maar alleen in de wet zelve. En
dan vraag ik: vind ik die in de wet ? Ik moet het er-
kennen , wanneer ik niet het onmogelijke verg, dan vind
ik in de wet die waarborgen, welke zij bij mogelijkheid
kan geven. Wanneer toch de onderwijzer, ook bij de op-
4*