Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
weiiïcli uit te sluiten, mijn Cliristendom wilde stellen in
de plaats van dat van anderen, wel niet regtstreeks geuit,
maar liij scheen het te willen doen verstaan. Welke zijn,
vraagt hij, de dogmata van het Cliristendom, dat gij voor-
stelt? Het antwoord, dat lüj zelf aanstonds gaf, heeft mij
afgeschrikt van mijne zijde een antwoord te beproeven. Ik
zou met den geachten spreker — zoo ik het kon en ik
kan het niet — een theologischen strijd moeten beginnen.
Mij dui'kt echter wij kunnen, en de onderwijzers kunnen
opregte Christenen wezen zonder theologanten te zijn. Komt
het hier, bij het onderwerp van dit artikel op de dogma-
tische uitdrukking, of op de zedelijke werking van het ge-
loof aan? Dat in allen gevalle de Christelijke deugden bo-
ven verschil van geloof zijn, scliijnt mij ontwijfelbaar."
De Minister van Binnenlandsche Zaken kwam op het eer-
ste terug :
„ Door den geachten spreker uit Deventer (den heer
thorbecke) zijn de leden gewezen op de waarborgen, welke
in deze wet liggen. Ik kan het betoog, daaromtrent door
dien geachten Spreker geleverd, gelijk ook zijne voorafge-
gane rede, welke boven mijn lof is verheven, geheel on-
derschrijven. Aan de door hem genoemde waarborgen zou
misschien nog kunnen worden toegevoegd, dat in deze wet
3en krachtiger toezigt wordt gegeven dan tot dusverre heeft
bestaan. N'iet alleen de districts-schoolopzieners zullen door
deze wet een meer beperkten werkkring erlangen, maar het al-
gemeen van rijkswege uit te oefenen toezigt zal, wanneer
uw votum de bepaling helpt sanctioneren, worden versterkt
door de instelling van prodnciale inspecteurs. Ik verwijs
tevens op de publiciteit, dat krachtige middel van dezen
tijd, om elk misbruik, welk dan ook , te doen opmerken en te
keer te gaan."
En de Minister van J ustitie voegde daarbij:
„ Wat is opleiding tot Christelijke deugd of deugdsbe-
trachting? — want die woorden staan gelijk naar den geest
van dit voorstel, vergeleken met de wet van 1806, waarbij
in het reglement voor de examens juist dat woord deugds-
hetrachting voorkomt, zoodat daardoor de uitdrukking
„Christelijke deugd," nog meer wordt gekarakteriseerd. Yan