Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
ouderwijzer, dus ook over de wijze, waarop liij aan de
eisclien van eene bepaalde kerk-belijdenis voldoet. Ware
het niet eenvoudiger, juister, uw doel meer regtstreeks tref-
fend, het gansclie lager Onderwijs voor de kerk op te vra-
gen ?
Z. ])e overheid niet diejistbaar aan eenige kerk, en de
kerk niet dienstbaar aan de overheid, wil dat zeggen, dat
het Christendom vreemd is aan den Staat, of aan hetgeen
van Staatswege geschiedt? Ja, zoo de uitspraak geldt van
hen die zeggen: of mijn geloof, of ongeloof; hij, die het
Christendom niet begrijpt als ik, is geen Christen. J^een —
en ik , i\[ijnheer de Voorzitter, zeg neen — zoo men Chris-
tendam,' hoven geloofsverdeeldheid erkent.
„ Met veel geest en juistheid heeft men op een ander ge-
bied wel eens onderscheiden hetgeen men ziet en hetgeen
men niet ziet, ce qu'on voit et ce qu'on ne voit pas. Dat
is, geloof ik, hier toepasselijk. De stille werking van het
Christendom, boven verdeeldheid van geloof, is oneindig
algemeener en grooter, dan hetgeen men in de kerkelijke
sfeer met oogen ziet. Het Christendom heeft onze wetge-
ving CU ons bestuur, onze zamenleving en onze zeden door-
trokken; maar dat is niet het bijzonder Christendom eener
bepaalde Kerk. Het is het ééne licht, waarvan de onder-
scheidene geloofsbelijdenissen bijzondere stralen zijn; het is
het Christendom boven kerkelijke afzondering, gelijk het
menschdom is boven de onderscheidene volken en ze allen
omvat; gelijk de wetenschap is boven alle vormen en stel-
sels, waarin ieder, naar de mate van zijn inzigt, de we-
tenschap zoekt te naderen of haar tracht uit te drukken.
„Het Christendom is niet gebleven binnen de Kerk ; het
is eene burgerlijke kracht geworden ; de ziel onzer bescha-
ving; een stroom die zich'door alle aderen der maatschappij
lieeft uitgestort. Het is deze invloed '»van het Christendom,
die zich van zeiven, de wet spreke of zwijge, in het volks-
onderwijs zal doen gevoelen."
En vervolgens :
„ Het zou het ergste misbruik zijn der van overheidswege
geopende volksschool, indien zij strekte om iemands gods-
dienstig gevoel of godsdienstige oveiiniging te krenken.
Daartegen meen ik evenwel in de wet waarborgen te vin-
den, zooveel eene wet die geven kan,