Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
toe is dan eene verandering noodig, die niet bepaald be-
werken kan, dat eenig misbruik voortaan tot de volstrekte
onmogelijkheden behoort? Waarom zou ik er dan toe me-
dewerken , om de Regering te zeer te dringen? Want bij
de waarschijnlijkheid, die er zou kunnen bestaan, dat alinea
■i van dit artikel niet wierd aangenomen, ook uit alinea 1
de Christelijke deugden weg te nemen, nu zij er eenmaal
staan, komt mij bedenkelijker voor dan het gevaar van
misbruik, omdat ik, zooals ik gezegd heb, geene bijzon-
dere vrees hiervoor heb.
„ Eene derde bedenking is gegrond op het scliijnbaai ple-
onastische van de uitdrukking: Chnstelijlce en maati^happe-
lijke deugden. Zijn die niet geheel dezelfde en is dus het
woord „ Christelijke" niet overbodig ? Xeen, Mijne Heeren!
Het is waar, het zou moeijelijk te bewijzen vallen, dat er
hier in Nederland, wat de praetijk, de uitoefening betreft,
onderscheid tusschen bestaat. Maar waarom bestaat dat
niet? Omdat hier de Christelijke deugden als maatschap-
pelijke worden beschouwd en vereerd, ofschoon dan ook
door hare vereerders niet altijd even ijverig betracht. In
het algemeen genomen is echter Christelijke en maatschap-
pelijke deugd geenszins dezelfde. Het bewijs ligt voor de hand.
„Neemt de lesclmafde volken der oudheid, bijv. de Ro-
meinen. Hunne virtm is niet onze Christelijke deugd.
Hunne grootste maatschappelijke deugd is de virtm bellica,
oorlogsdaden, dapperheid. Onder de onbeschaafde volken
zijn nog andere maatschappelijke deugden, bijv. het scalp-
jagen in Amerika, om niet te spreken van andere n be-
kende gruwelijke gebruiken bij andere volken, daar maat-
schappelijke deugden, in ons oog aandruischende tegen elk
begrip van Cliristelijke deugden. Ofschoon dus in ons land
de Christelijke deugden als maatschappelijke worden be-
schouwd en vereerd, in het wezen der zaak is het nog geen
])leonasmus.
„ Naauwkeuriger zou missciiien zijn te lezen : Christelijk-
maatschappelijke dewjden, omdat men anders tot het denk-
beeld zou kunnen geraken, alsof er ook in ons Vaderland,
wat de praetijk betreft, nog onderscheid tusschen Christe-
lijke en maatschappehjke deugden bestaat. Dit laatste kan
niet toegegeven worden, of men moest met maatschappelijke
deugden bij uitsluiting bedoelen de veqiligtingen, die men
te betrachten heeft omtrent den Staat, als maatschappij be-