Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
AAMIA^GSEL,
Bij de vraag, hoe meji de uitdrukking; „opleiding tot
alle Cliristelijke deugden," die eerst later in liet wetsont-
werp werd opgenomen, in de Tweede Kamer ontvangen
heeft, zal ik niet lang stilstaan. Men herinnert zich wel,
dat ze door eene zekere minderheid, die meer verlangde,
genoemd werd eene bedriegelijke leus, een holle klank, pra-
len met een woord. Christelijke decoratie, enz. Anderen
vreesden voor misbruik en verkeerde opvatting; weer anderen
vonden deze concessie aan vele adressen niet goed; nog an-
deren vonden ze wel goed of konden er in berusten, om-
dat de uitdrukking nu eenmaal in het ontwerp gebragt was
en het niet voorzigtig zou zijn, ze er weer uit te nemen.
Het blijkt echter door de uitkomst, dat de groote meerder-
heid ze heeft aangenomen (1).
Wat heeft men ecliter bij die aanneming door deze uit-
drukking verstaan? Ik zal mij bij de beantwoording van
deze vraag bepalen tot de mededeeling van die adviezen,
waaraan de Regering voor en na, bij monde van een of
ander harer Sprekers, haar zegel heeft gehecht; anders zou
ik dit Aanhangsel te breed laten uitvallen. Het diene dus
alleen tot aanvuUing der uittreksels, die de lieer de gkoot
achter zijne Rede te Groningen heeft laten volgen, waarbij
„ alleen in aanmerking komen de gevoelens van enkele le-
(1) In eene beschouwing der gewisselde stukken zal ik verder niet treden.
Toen men met afdrukken tot dit vel gekomen was, verseheen „ Vrees en
Hoop" enz. door 5Ir. teli,kgen, die don loop van zaken en de argumenten,
fvan bladz. 8—20,) naar mijne meeaing zeer goed, lieeft voorgesteld.