Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
ter zake dienstig zal voorkomen. Voor een onpartijdig oor-
deel komt mij liet meest dienstig voor, die missives in kaar
geheel mede te deelen. Naar mijne wijze van zien zijn die
missives zeer ernstig en welgemeend, maar dragen zij te-
vens de blijken van geduld.
Toen de heer de gkoot zijne „ llede te Winsum" had
uitgegeven, ontving hij van den Minister eene missive, ge-
teekend den 9 April 1861, van den volgenden inhoud:
„ Voor het mij onlangs door U ten geschenke gezonden
exemplaar der rede over de licht- en schaduwzijde van ons
tegenwoordig lager schoolwezen , door U uitgesproken bij de
inwijding der nieuwe school te Winsum, heb ik de eer U
mijnen dank te betuigen. Eerst dezer dagen was ik in de
gelegenheid van den inhoud kennis te nemen. Ofschoon ik
dat stuk in het algemeen met belangstelling heb gelezen,
mag ik toch niet ontveinzen, dat hetgeen daarin voorkomt
over de wijze, waarop art. der wet naar Uw inzien be-
hoort te worden toegepast, bezwaarlijk met het duidelijk
voorschrift der wet is Overeen te brengen. Wierd gemeld
artikel in den door U aanbevolen zin toegepast, vooral de
Israeliten zouden zich, mijns inziens, met grond kunnen
beklagen, dat hunne regten worden gekrenkt. Heeds heeft
het bekend worden Uwer rede aanleiding gegeven aan een
der Opperrabbijnen, om zich tot mij te wenden, en mij
bekend te maken met de bezwaren, welke voor zijne ge-
geloofsgenooten zouden ontstaan, iiulien werkelijk art. 23
volgens Uwe aanbeveling door de openbare onderwijzers
werd toegepast.
„De geest, waarin gemeld artikel door de Regering werd
voorgedragen en door den wetgever vastgesteld, is algemeen
bekend. Alleen door de wet stiptelijk in dien geest toe te
passen, kunnen de zwarigheden worden vermeden, welke de
wetgever heeft willen keeren. lloe men persoonlijk over
dat voorschrift denke, de leden van liet schoolopzigt altlians