Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
behartigen. Ik zeg dit alleen, om te kennen te geven,
dat men hier voorzigtig met zulk éene klagte zij. Want
elke klagte, dat de kinderen, ook bij dit wetsontwerp, niet
genoeg eene yodsdlenstige opleiding zouden ontvangen, is
eene klagte ook tegen de godsdienstleeraars, als of die er
niet genoeg in zouden voorzien ! Ik wil en ik kan zulk
eene smet niet werpen op dien zoo eerwaardigen stand,
als of wij, de Eegering en de Kamers, zouden genoodzaakt
zijn over te treden op een kerkelijk gebied, dat ons niet
toekomt! Dan tasten wij aan niet alleen de Grondtoet,
maar ook de regten van de Kerk." (1)
Van de Roomsch-Catholijke zijde werd door den heer
JIEÏLIXK opgemerkt: „ ik voor mij vrees niet, dat een vol-
ledig negatief onderwijs zoo nadeelig zijn zal; de leeraars
onzer godsdienst zullen zich genoeg beijveren het ontbre-
kende aan te vullen , enz. Zij zullen hun godsdienstig on-
derwijs verdubbelen." (2) De Protestantsche leeraars zouden
immers dat voorbeeld kunnen volgen.
Als ik nu eindelijk kom tot de vraag, of de heer de
gboot regt had, zijn gevoelen omtrent art. 23 der wet en
'tgeen daarmede in verband staat, op zoodanige wijze te
verkondigen, gelijk geschied is, dan meen ik, dat het ant-
woord niet twijfelachtig kan zijn. De geachte Spreker heeft,
wel gezegd: „ nooit zal ik, een vrije Nederlander, schro-
men mijn gevoelen daarover open uit te spreken" (3); maar
het maakt onderscheid, welke betrekking men in dienst der
Regering heeft op zich genomen. AUes wat gebeurd is.
(1) Bijblad, bl. 1000.
(2) Bijblad, bl. 1103.
(3) Rede te Gromvgen, bl. 23.