Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Zoo heeft ook de lieer brugsma in de boven aangehaalde
voorlezing te regt gewezen op den krachtigen invloed van
het voorbeeld en van den geheelen geest des onderwijzers.
O, gelukkig de school, waar de leerlingen zulk een goed
voorbeeld zien en in zulk een geest worden gevormd; en
waar dit niet geschiedt, daar zal van de geheele opleiding
tot Christelijke deugden niet veel komen. Maar ik meen
tot geruststelling van vele ouders te mogen betuigen, dat
ik zoo menigen onderwijzer denk te kennen, die ook zon-
der art. 23 der wet zijne leerlingen zeker tot Christelijke
deugdsbetrachting brengen zou.
2°. De heer de groot betuigt: „ dat de ouders onte-
vreden zullen zijn, 7>oodra zij bespeuren, dat onder het
schild der wet aan hunne kinderen wordt ontliouden, wat
in hun oog het beste, ja het "ééne noodige is, en alleen
op school, Jiiet in huis, niet in de kerk, kan gegeven
worden." (1) "Wij hebben hier, volgens art. 23, te doen
met de opleiding tot Christelijke deugden, verder niet. Nu
geloof ik niet, dat zulks alleen op de school kan en moet
geschieden, maar ook in huis, ooJc in de kerk, en dat
kerk, school en huisgezin hierin dienen zamen te werken,
als er iets goeds van het kind zal worden. Evenwel ver-
sta ik, en ik denk de meeste ouders met mij, meer onder
het ééne noodige dan wat de wet gebiedt: opleiding tot
alle Christelijke en maatschappelijke deugden. Maar op dit
punt ben ik het eens met den Minister van Justitie, die
van gevoelen was, (zie boven, bl. 20,) dat de openbare
school hierin niet kan en mag voorzien en dat men voor
dit meerdere moet zoeken bij de kerk en nergens anders.
Ik bedoel het godsdienst- of godmliensüg-onderwljs. Maar
wat is wel eens het geval? Ik wil geenszins de godsdienst-
leeraars in 't algemeen beschuldigen van te slappen ijver
(2) Rede te Winsum, bl. 16.