Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
\
ook nog een Aanhangsel denk te leveren , om aan te vul-
len zijne Uittreksels omtrent de beteekenis en bedoeling der
uitdrukking in de wet: „ opleiding tot alle Christelijke
deugden." "
Maar nu zal ik hier nog op een paar punten moeten
wijzen, die wel overwogen niet ongeschikt zouden geweest
zijn, om de schaduwzijde, aan ons voorgesteld, eenigzins
op te klaren en de overtollige vrees te temperen.
1°. De heer de groot zegt: „ eene aanwijzing, dat de
wet op andere wijze (dan in zijnen geest) uitvoerbaar is ,
heeft mij niemand gegeven , zoodat ik bij mijne opvatting
moest blijven." (1) Ik zou anders gedacht hebben , dat hij
toch voorzeker niet onbekend gebleven is met eene voor-
lezing van zijn voormaligen ambtgenoot als Schoolo'pziener,
den heer b. brugsjia , van den man, wiens feest wij zou-
den helpen vieren, die op eene onderwijzers-vereeniging
heeft medegedeeld : „ Practische opmerkingen in lagere scho-
len, naar aanleiding van art. 23, lid 1 , der wet van den
13 Aug. 1857." (2)
Het komt mij voor, dat daar zeer goede wenken zijn te
vinden. Komen ze niet genoeg afdoende voor, heeft dan
ook de eigen ondervinding deji heer de groot niet gerust-
gesteld omtrent de uitvoerbaarheid der wet? Men zou zeg-
gen , neen ! als men bij hem leest: „ dat hij velerlei blij-
ken zag, 1°. dat men hier de wet als onchristelijk in wan-
trouwen bragt bij de jiatie, ginds haar inderdaad wilde ont-
christelijken door de opleiding tot alle Christelijke deugden
onmogelijk te maken; 2°. dat zeer vele schoolonderwijzers
niet wisten, hoe zij het doel der wet zouden bereiken,
daar de Regering bij monde van den Minister van Binnen-
landsche Zaken in de Tweede Kamer (zitting van 1 Julij
(1) NI. na zijne missive aan den Minister in Mei 1861; Voorberigt,
bl. IX.
(2) Geplaatst in het Ned. Tijdschrift voor Opvoeding en Ondernnjs.