Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Den 2 Julij zeide de Minister van J ustitie: „ Mijne
eerste hoofdstelling is deze : dat de zaak van het Chriaten-
dom, van het Ecangelie, van het Koningrijk Gods, om de
zaak in één woord uit te drukken, niet is de zaak van den
Staat. Dit is mijne levendige en vaste overtuiging; en het
gevolg van deze hoofdstelling is noodzakelijk , dat waar de
staatsinstellingen , gelijk bij ons, eene openbare sehool vor-
deren , waarop van staatswege onderwijs wordt gegeven,
waar dus het onderwijs niet alleen is onderwerp van staats-
zorg, waar de staat zelf onderwijs geeft, dat onderwijs niet
kan, mag of moet strekken tot bevordering van de Chris-
telijke waarheid van het Koningrijk Gods, omdat dit een
gebied is dat geheel ligt buiten het regt, de bevoegdheid
en het vermogen van den Staat en van den wetgever.
Daaruit volgt verder, dat, indien geklaagd wordt, dat op
die staatsschool de Christelijke vorming der kinderen niet
behoorlijk wordt betracht; dat, zoo de ouders klagen, dat
hun kroost geene bevrediging vindt op die school, van
hetgeen zij, elk naar zijne opvatting van het Christendom,
voor dat kroost als het ééne noodige beschouwen , die klag-
ten moeten worden afgewezen met de eenvoudige opmer-
king , dat zij niet kunnen en niet mogen worden gerigt te-
gen den Staat, omdat bij den Staat de voorziening in die
behoefte niet te zoeken en niet te vinden is. Indien dus
hier (in de school) te kort schiet, dan zal men het genees-
middel moeten zoeken waar het te vinden is : hij de Kerk
en nergens anders; bij degenen, die in hare verschillende
afdeelingen belast zijn met de mededeeling en voortplan-
tüig van de Christelijke waarheid. Maar nooit en in geen
geval is dit geneesmiddel te zoeken bij den Staat." (1)
Dit zal vooreerst wel genoeg zijn tegenover de aanhalin-
gen van den heer de gkoot. Het neemt niet weg, dat ik
(1) Bijblad 1836—1857, bl. 1004. Het volgde op de aanhaling van den
heer de geoot, blad«. 61.