Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
De Jlhiistei' van Binnenlandsche Zaken sprak den 1 Julij:
„ Men lieeft ook de vraag geopperd, en zelfs ernstige ver-
zoeken tot de Kamer gerigt, om Christelijke scholen te
hebben zonder de Israëliten. Die adressanten zien geheel
en al over het hoofd, dat" die uitsluiting zou zijn tegen de
Grondwet. Het is, dunkt mij, uitgemaakt, dat bij de
gelijkstelling van regt voor alle godsdienstige gezindten,
ook de Israëliten aanspraak hebben, om op de openbare
gemengde school te worden toegelaten. Ik heb ook gele-
zen het adres van de hoofdvereeniging van het Onderwij-
zersgenootschap , geteekend door den lioogleeraar hofstede
])k oiiüot. Daarin vindt men wel eene belangrijke uiteen-
zetting van de voorschriften betreffende de Israëlitische scho-
len, maar men vindt er het eigenlijke punt, waar op het
hier aankomt, niet behandeld. Men heeft ons voorgewor-
pen, opdat ik dit hier aansti])pe, dat wij zouden hebben
voorgedragen eene nieuwe proef van de wet van 1806j
plus de Israëliten. Ik weet niet, dat in de wet van 1806
de Israëliten waren uitgesloten. Ik heb die bepaling noch
in die wet, noch in de reglementen gevonden. Ware dit
echter wel het geval, dan zouden wij thans op onze open-
bare scholen geene Israëliten aantreffen, en intusschen komt
dit menigvuldige malen voor, en er zijn blijken, dat vele
Israëliten zelfs meer prijs stellen op het gemeenschappelijk
onderwijs met Christenen, dan op het onderwijs in hunne
eigene scholen. Waren de Israëliten door de wet van 1806
werkelijk uitgesloten, dan ware tegen die wet gehandeld,
door hen 0[) onze openbare scholen toe te laten. Maar die
uitsluiting komt in de wet van 1806 niet voor, en wij
hebben dus geene nieuwe proef gegeven van die wet, plus
de Israëliten. ^Wij hebben eenvoudig bestendigd, wat wij
naar de wet van 1806 en de reglementen vonden." (1)
(1) Bijblad, 1856—1857, bl. 995, 996. Eu nu volgt, waar de heer
dr grcot begint: „ Iii theorie'" enz. (1)1. iO.)