Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
op afzonderlijke scholen, als aan andere gezindten." (1)
De toenmalige Minister van Justitie (de lieer van dek
brügghen) begreep dat ook zoo. „ Wij zijn nu eenmaal
onder eene Grondwet, sprak hij, welke alle gezindheden
gelijk stelt, aan alle gelijke regien verzekert. Daarom mo-
gen wij de Israëliten niet ecarteren. Het ware welligt te
wenschen, dat de Israëliten in hmi eigen belang op dat
deelgenootschap geen prijs stelden, maar beneficium nemini
obtruditur. Wij mogen hun geen onregt doen, door hun
den toegang tot de van Staatswege bekostigde school te
onthouden. Dat kunnen wij niet doen behoudens onzen
eerbied voor — en onze trouw gezworen aan de Grond-
wet." (2) Op dienzelfden gi'ond als de Israëliten kon men
ook wel weer de Eoomsch-Catholijken, Lutherschen, Doops-
gezinden en alle dissenters, zoo als men ze vroeger noemde,
als weihome gasten gaan beschouwen, maar het is zoo als
de heer godefroy zeide, sedert het einde der vorige eeuw
heeft die toestand opgehouden te bestaan.
Nu wordt overal van overheidswege, volgens de Grond-
wet, voldoend openbaar lager onderwijs gegeven, ingerigt
met eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen. Zal
dat voldoend zijn, dan moet het ook bruikbaar zijn voor
elke gezindte. „Die bruikbaarheid is het noodwendig ge-
volg van het beginsel der toegankelijkheid. Is de openbare
volksschool voor een ieder bruikbaar, geene gezindte heeft
dan regt op afzonderlijke scholen" (3), n.1. van wege den
Staat.
Wanneer ik nu de gevoelens van den heer de grüot
resumeer, dan geraak ik wel eenigzins verlegen. Dan vind
ik toch: de schaduwzijde ligt in de wet; neen, buiten de
(1) Bijblad 1856—1857, bl. 1040, enz.
(2) Bijblad 1836—1857, bl. 1005.
(3) Woorden van den heer godefroy; Bijblad, bl. 1042.