Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
dogmatisch voorstelt, als gang van Gods bijzondere open-
baring? En dit laatste moogt gij niet.
Gesteld echter, dat de Spreker beter tusschen de klippen
door de haven bereikt, indien hij geene Israëliten aan boord
heeft en de banier der Bijbelsche geschiedenis voorop plaatj^t,
dan hij vreest dat anderen zullen doen (1), hem dreigi
daarenboven het gevaar van het ongrondwettig terrein. Hij
zegt wel: „is een andere weg niet te vinden, en mag de
van 1806 tot 1857 bewandelde niet meer, of alleen ter
sluiks worden betreden , althans niet openlijk worden aan-
gewezen, zonder dat het als een misdrijf wordt gestraft,
dan moet de wet van 1857 worden veranderd en bf de
openbare school voor de Israëliten, welke tot 1857 bestond,
worden hersteld, of aan de Israëliten de bijzondere gesub-
sidieerde school worden toegestaan; zoo dat zij evenwel op
de gewone volksschool wel worden toegelaten, maar als
weihome gasten, even gelijk van 1806 tot 1857." (2) Maar
men bedenke deze woorden in art. 194 van de Grondxoet:
„de inrigting van het openbaar onderwijs wordt, met eer-
l)iediging^ van ieders godsdienstige begrippen, door de wet
geregeld. Er wordt overal in het Eijk van overheidswege
voldoend openbaar lager onderwijs gegeven."
Men spreekt van de Israëliten als welkome gasten. „ Men
zegt wel, wij zullen de gastvrijheid, die wij ten uwen op-
zigte altijd betracht hebben, ook op de school betrachten.
Maar ik antwoord vóór alles, zeide de heer ggdeitioy, dat
liier geen vraag kan zijn van gastvrijheid; die heeft opge-
houden sedert het einde der vorige eeuw. Het geldt hier
grondwettige regten. De Grondwet geeft aan de Israëliten
even veel regt op de openbare gemengde school als aan alle
andere gezindheden. Die Grondwet geeft hun evenmin regt
(1) Rede te Groningen, bladz. 28.
(2) Rede te Groningen, bl. 64.