Boekgegevens
Titel: De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Auteur: Blaupot ten Cate, Steven
Uitgave: Groningen: K. de Waard, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 B 46\1\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203709
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsbeleid op macroniveau: overige
Trefwoord: Hofstede de Groot, P., Onderwijsinspectie, Juridische aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Wet, Regering en Tweede Kamer in betrekking tot den Hoogleeraar dr. P. Hofstede de Groot, als schoolopziener
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
eene opzettelijke opwekking hiertoe op den voorgrond stelt
en zoo bijzonder noodig acht; en niet aUeen, omdat hij er
bijvoegt: „ onthoudt u van godgeleerden twist, maar neemt
wat voor kinderen op de openbare lagere school dienstig
is, uit het Christendom over; ontziet uwe Joodsche kinde-
ren" enz., (1) (iets wat veel houding heeft, alsof men met
de eene hand neemt, wat men met de andere geeft,) maar
ook bij het groote verschil van gevoelen, niet slechts l)ij
Christenen in 'talgemeen, maar zelfs bij de Hervormde Kerk
in 'tbijzonder, waar zoo wel als elders de moderne theo-
loganten thans tegenover anderen staan ? Zullen deze steeds
tevTeden zijn met die verhalen van Jizus geboorte, opstan-
dhig, hemelvaart, kerkstichting, gelijk ze door de onder-
wijzers worden gedaan ? Kunnen deze naar eigen goedvin-
den uit het Cliristendom overnemen, wat zij rekenen voor
de kinderen op school dienstig te zijn ? Welk verscliil is
er tusschen het maken van zulke opstellen en catechisatie-
werk, dat echter door den Spreker werd afgekeurd? En
zouden de onderAvijzers dan niet tusschen het Ie en 'Ze lid
van art. £3 in de klem geraken ?
Aan de eene zijde beweert de heer de groot : „ de natie
moet verzekerd zijn, dat van de geschiedenis , welke moet
onderwezen worden, een overbelangrijk deel, n.1. de Bij-
belsche Geschiedenis, in zijn geheel in de openbare school
wordt onderwezen en dus de opleiding tot alle Christelijke
deugden geen ijdele klank en geene misleiding is." (2) Ik
laat daar, of de Bijbelsche Geschiedenis in haar geheel,
zonder uitlegging of catechisatie, opleiding tot alle Christe-
lijke deugden zou zijn, maar ik laat opmerken, dat hij aan
de andere zijde ook betuigt: „ Godsdienst-onderwijs en ook
godsdienatig-onderwijs, dit staat bij mij even vast als bij
(IJ Rede te IFiimim, bladz. 17.
(2) Rede te Groningen, bladz. 27, 64.