Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
de Philistijn heeft er meer dan genoeg in ons kamp ge-
worpen; maar ik heb van David niets dan de jeugd en
ben te zwak om mij met zulk een geoefenden tegenstan-
der te meten. Het eenige wat ik verpligt ben te be-
proeven, is om een enkel woord in het midden te bren-
gen ter verdediging van mijn vader en mijne partij. De
in alle opzigten zoo ongelooflijk achtingswaardige Solli-
citor Fox, blijkt geen vriend van het kruidenieren te
zijn. Dit verwondert mij in hooge mate, want hij is per-
soonlijk toch al bijzonder kwistig met grof zout, zóó
zelfs, dat wij ons gelukkig zouden rekenen, hem onder
onze kalanten te mogen tellen. Hij schenke ons zijne pro-
tectie; dan kunnen we hem ook de stroop leveren, die
hij behoeft om zijn gal te temperen; anders zal hij ook
in het vervolg alles in 't geele zien en onregtvaardig
worden tegenover vriend en vijand!"
Ik weet niet waar mijn zoon die welsprekendheid van
slecht allooi van daan haalde; zeker is het evenwel, dat
zij in den smaak viel der domme, onbeschaafde menigte;
men lachte, men applaudisseerde, de vrouwen wuifden
met hare zakdoekeff en Henri beantwoordde dat alles
met een vriendelijk lachje; hij had zijne toehoorders
reeds in zijn magt!
;/Ik zal niets ten nadeele zeggen van den bankier Little,"
vervolgde mijn tribuun van zestien jaren i u De bankiers
zijn als de kiezentrekkers; men moet zich den een noch
den ander tot vijand maken, want wie weet hoe spoedig
men ze beiden noodig heeft? Maar is het wel in hunne
handen, dat we de belangen van de geheele stad moe-
ten toevertrouwen? Mijn grootmoeder, een heilige vrouw,
zei altijd, dat de bankiers den staat evenzoo ondersteu-
nen, als het koord den gehangene: door verworging."
//Drie hoera's voor de bankiers!" riep eene stem, — de
stem zeker van een slechten betaler. Aan die uitnoodi-
ging werd dadelijk gehoor gegeven en de zaal dreunde
van het geschreeuw, dat mij op dit oogenbiik liefelijker
tegenklonk dan de beste sonate van Beethoven.
//Mijn grootmoeder, die heilige vrouw, ' hernam Henri: