Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
//Hierheen dokter! hierheen Daniël I" klonk plotseling
de stem van Rose: //hierheen i Achteruit! Pas op!"
Dat was een verstandige raad. Ik had mij naauwelijks
omgekeerd, of een krachtige waterstraal, door de geoefende
hand van den apotheker gerigt, bespoot mij van het hoofd
tot de voeten, op gevaar af van mij omver te werpen.
Dank zij die strategische afleiding, die de vlammen voor
een oogenbiik in bedwang hield en de rook verdreef,
zag ik het raam; ik snelde er heen, greep den ladder en
liet mij naar beneden glijden, zwart en rookend als een
met water uitgedoofd stuk brandhout. Een oogenbiik
later stortte het dak in met een oorverdoovend geraas.
De zegenspreuken van Martha hadden mij geluk aan-
gebragt!
Het gevoel te beschrijven der arme moeder, ware on-
mogelijk; de gelukkigste van allen was ik zelf. Ik had
een kind gered en den naam van Franschman staande
gehouden. Mijne dolzinnigheid had mij w^el wat gekost.
Mijn haar was aan de eene zijde geheel weggeschroeid,
mijn wang was opengescheurd en mijn linker arm was
van den elleboog tot den pols gebrand. Maar wat betee-
kende dat bij hetgeen ik had gewonnen I
Een uur later reden wij naar huis, daar aan anderen
de taak was opgedragen om voor de brandende puinhoo-
pen te zorgen. Vlug en met opgeheven hoofd beklom ik
dien omnibus, waarop ik te voren met zooveel tegenzin
had plaats genomen.
//Green is een slimme kerel," zeide Fox, mij met zijn
elleboog een duw gevende, juist tegen mijn half verbran-
den arm, zoodat ik van pijn ineenkromp: //maar gij zijt
nog veel geslepener. Hoera voor kapitein Smith!"
Ik gaf hem geen antwoord; een voor mij ongekend
schouwspel trok mijne aandacht.
Overal, langs de trottoirs, stond in bewonderenswaar-
dige orde eene onmetelijke volksmenigte geschaard. Bijna
al de mannen hadden een papier in de hand, waarmede
zij ons onder het voorbijrijden toewuifden :
//Hoera voor den dapperen luitenant! Hoera voor Green,"