Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
of des avonds niet de sterren te droomen. In den tuin
zelf bevond zich niemand dan Zambo, die zich, als
een bronzen standbeeld, op het wit marmeren blad eener
tafel had uitgestrekt. Het gelaat naar de zon gewend en
het ligchaam bezaaid met vliegen en insecten, rustte de
neger, vreeselijk snorkende, van de nuttelooze vermoeije-
nissen uit, die ik hem veroorzaakt had. De guit maakte
gebruik van de omstandigheid, dat hij in mijne dienst was,
om niets te doen en in volle vrijheid te slapen.
Deze eenzame wandeling in de verblijfplaats van de
slapende Schoone in H Bosch, begon mij te intrigeren;
reeds was ik op het punt om Zambo wakker te schud-
den, ten einde althans het genoegen te smaken iemand
te bestraffen, toen ik stemmen hoorde, die kennelijk uit
een dieper gelegen deel van het huis voortkwamen. Eenige
trappen afdalende, bevond ik mij onder den beganen grond,
in een ruime keuken en zag daar twee vrouwen, zóó
druk in de weer, dat zij niets van mijne nadering be-
speurd hadden. De eene, die met den rug naar mij toe
stond, maar die ik dadelijk aan hare stem herkende, was
mijne waarde Jenny, de moeder mijner kinderen. De
andere, die ik weldra de gelegenheid zou hebben nader
te leeren kennen, was een reusachtig, blond schepsel,
vijf voet, acht duim hoog, meer gelijkende op een
Schotsch grenadier, dan op een der dochteren Eva's,
Het was Martha, de keukenmeid, eene Pensylvanische
van geboorte en Tunkerienne of Tunkeriste van geloof,
een soort van kwakeres, overigens een goedaardig crea-
tuur, dat altijd bromde en gromde en slechts één be-
paald gebrek had: ieder namelijk, die zich aan den ge-
ringsten opschik schuldig maakte, was in haar oog een
heiden.
Te rekenen naar de hoog ernstige stemming der beide
vrouwen en naar de levendigheid van haar gesprek, werd
er ongetwijfeld een grootsche culinaire arbeid ontwor-
pen. Jenny (was het wel mevrouw Lefebvre?!) bond
eene groote hoeveelheid vormloos deeg in een servet en
legde dat pak met ongewone zorg in een met water ge-