Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
189
één jongeling van uwen leeftijd, die niet reeds in zijn
eigen onderhoud voorziet en geen volledig begrip heeft
van zijne regten en waardigheid.''
„Daniel,'' zei Jenny: „ik begrijp niet waarom gij Henri
op eens zoo aanvalt. Heb maar geduld, dan zal hij wel
net doen als al de anderen."
„Dat wil zeggen dat hij niets zal doen I'
„Het zal hem niet moeijelijk vallen de eene of andere
betrekking te vinden."
„Dacht ik het nieti Ziedaar het groote woord er uit;
de jongen moet klerk of ambtenaar worden!"
„Lieve Hemel, alle fatsoenlijke jongelui worden dat
tegenwoordig. Je vindt aan de ministeriën zelfs baronnen
en graven, die surnumerairen zijn.*'
„Voelt gij u werkelijk geroepen om dien weg in te
slaan?" vróeg ik Henri: „Zoudt ge niet liever op eene
andere wijze door de wereld willen? Waarom tracht gij
niet lievei eene positie te verwerven door middel van
uw talent en bekwaamheid? Telt gij de onafhankelijkheid
voor niets? Kom, zeg mij, wilt gij niet liever advocaat,
doctor, fabriekant of koopman wezen?''
„Ik zou hem liever aanraden om kruidenier te worden !"
merkte Jenny bits op.
„Waarom niet?' hernam ik: „Indien men voor zijn ei-
gen rekening suiker afweegt, noemt gij het eene schande ;
maar als men brieven copieert en kwitanties aanrijgt voor
het gouvernement, dan ziet gij daarin eene eer, niettegen-
staande men dan nog, om die eer te bereiken, moet krui-
pen voor lieden, die men te veel veracht om hen de
hand te reiken.''
„Zóó is het nu eenmaal. Wilt gij, Daniel, wijzer en
braver wezen dan de geheele wereld?"
„De geheele ivereld? ik verfoei haar. Paul-Louis had
groot gelijk toen hij ons een ras van knechten noemde."
Ik was woedend, liep met den stormpas door de kamer
en sloeg zelfs eenmaal met de gebalde vuist op de tafel.
Henri zag er uit of hij slaap had. Jenny daarentegen was
bleek geworden.