Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
188 .
/.al. Zij zal den dag van haar huwelijk afwachten om den
man te beminnen, dien hare ouders voor haar bestemden."
„Maar Jenny lief, in Amerika..."
„Gij zijt niet bij zinnen, mijnheer!'
Juist wilde ik antwoorden, toen de deur openging en
Henri binnentrad. Ik herkende hem naauwelijks. Dat was
niet meer de stoutmoedige knaap, het eene oogenblik
bereid om als fortuinzoeker naar de Oost te vertrekken,
het andere oogenblik als vrijwilliger tegen de Zuidelij-
ken oprukkende. De Henri, dien ik nu voor mij had,
zag er uit als een poppetje, heel netjes, maar verwijfd.
„Waar komt gij van daan, lieve?', vroeg Jenny.
„Van den kapper, mä!"
„En heden morgen?"
„Toen heb ik een tourtje te paard gedaan, ma!'
„Dat is nu alles goed en wel mijn zoon,'' zei ik, „maar
je bent nu al zestien jaren oud; je dient toch eindelijk
eens te verklaren wat je in de wereld wenscht te worden."
„Och, pa! dat heeft immers nog de tijd!"— antwoordde
hij geeuwende.
„Wel zeker!" bevestigde Jenny.
„Neen!" hernam ik: „nu we er toch over spreken,
Henri, moet er maar een einde aan de zaak komen. Wat
wil je worden?'"
„Het is me onverschillig, pa. Kiest u maar voor me,'"
en daarop omhelsde hij zijne moeder, die hem aankeek
op eene wijze, die alweder scheen te zeggen: „Papa is
niet regt wijs!"
„Hebt ge dan lioegenaanid geen roeping of voorliefde
voor het een of het ander?"
„Neen, pa! Dat is moe zaak. Als ik maar te Parijs
blijf, tijd heb om paard te rijden en mij met mijne vrien-
den te vermaken, dan is mij alles hetzelfde."
„Beste, jongen ! Wat houdt hij veel van ons !" riep Jenny.
De onverschilligheid van den jongen begon mij wre-
velig te maken.
„Paardrijden, vermaken," zei ik: „dat is niet de bestem-
ming van den mensch. In geheel Amerika vindt men niet