Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
dekte hij zich het hoofd, tot teeken dat de debatten ge-
sloten waren. Een seconde later las hij het verdict der
jury voor, waarbij de beschuldigde tot de doodstraf ver-
oordeeld werd. Geen korte uiteenzetting van den stand
der zaak; geen enkel woord om het hart van den mis-
dadiger te vermurven ; geen enkele les noch aan het adres
der jury noch aan dat van het publiek ; niets hoegenaamd
verhoogde de plegtigheid van het oogenblik! Integen-
deel ! De president stelde zich in gemeenschap met den
afgrijselijken misdadiger en dit N. B. met eene stuitende
familiariteit!
//Veroordeelde*' zeide hij : //gij hebt van de edelmoedig-
heid der menschen niets meer te wachten; van nu af
aan bestaat er slechts rekenschap van u tot den Almag-
tige! Hoe veel dagen behoeft gij om uwe wereldsche
zaken in orde te brengen, de wroeging door het vooruit-
zigt op expiatie te stillen en u op den dood voor te be-
reiden ?'"
//Drie dagen zijn voldoende!" antwoordde de misdadi-
ger en voegde er bij: //Hoe spoediger men mij ter dood
brengt, hoe beter!"
//Het is goed" hernam de president: //Binnen vijf da-
gen te rekenen van heden, zult gij voor den éénigen Reg-
ter verschijnen, die u vergiffenis schenken kan."
De misladiger boog daarop nederig het hoofd voor den
president van het hof en werd weggeleid. Onder het voor-
bijgaan wierp hij een blik op mij, die mij — 'k weet
niet waarom — tot in de ziel trof. Ik had immers mijn
pligt gedaan ! Is men medelijden verschuldigd zelfs aan
lieden die uit hebzucht hunne vrouwen vergiftigen?
De tweede beschuldigde werd binnengeleid. Het was
een onverbeterlijke boosdoener, die, na twee dagen te
voren uit het bagne ontslagen te zijn, ergens ingebroken
had en thans beschuldigd werd van diefstal en poging
tot moord.
De gelaatsuitdrukking van den boef was reeds voldoende
om hem te doen veroordeelen ! Men behoefde slechts een
blik op hem te werpen, om tot de overtuiging te komen