Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
//Goeden dag, mijnheer de regter," riep een kerel, dien
een policeman op het bankje der beschuldigden plakte: //ik
ben Paddy; u kent me immers wel?"
De man die zoo sprak, had een violetkleurig gelaat; de
oogen puilden hem uit het hoofd; zijn stem klonk raauw
en aanmechtig.
//Twee maal in vier dagen, dat is te veel,"— zei Humbug.
//Dat moet u mij niet kwalijk nemen," — antwoordde
de man en met den vinger naar de policemen wijzende,
vervolgde hij : //het is de schuld van die heeren daar. Ze
hebben met ons, geringe luidjes, geen ziertje medelijden.
Gisteren, Zondag, ga ik stillekens wandelen met een vlescli
gin in den zak, daar des Zondags geen enkele herberg
open is en ik toch door gebrek aan drinken niet als een
hond dol wil worden. Ik wandel èn wandel en had de
flesch haast leeg, toen ik een landsman ontmoette, ge kent
hem wel, Patrick 0'Shea, dien dikken Ier. Nadat we
elkander vriendschappelijk de hand gegeven hadden, krij-
gen we ruzie; we boxen en er was zelfs nog geen. bloed
gezien of daar valt me reeds een policeman op het lijf,
die me vraagt of ik 3 dollars bij me heb. Neen, zei ik,
geen cent, veel minder drie dollars. Welnu, zegt hij, als
je geen geld hebt om de boete te betalen, waarom vecht
je dan? — Policeman, zei ik, je hebt gelijk, ieder moet zich
vermaken naar zijn middelen! — en daarop neem ik Pa-
trick onder den arm en we trekken verder. Maar toen
begon Patrick te schelden op de laatste verkiezingen en
hij zei dat hij voor u, mijnheer Humbug, geen glas gin
gaf en dat doctor Smith een toovenaar was, en toen heb
ik hem een slag voor zijn snoet gegeven en hij gaf mij
er een weerom en toen draaide ik hem een beentje, greep
hem in den strot en dwong hem te roepen dat Meneer
Humbug wel een glas gin waard en de doctor geen too-
venaar was —, maar jawel, daar hadt je de policemen weer,
die me aanpakten en hier naar toe bragten."
//Paddy" zei Humbug ijskoud: //ik ben u zeer dank-
baar voor den goeden dunk dien gij van mij en den doc-
tor hebt; maar gij zijt in beschonken toestand en met