Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
r/Nu nog ééne vraag — en dan bied ik u mijne ver-
ontschuldiging aan voor z()ó veel indiscretie —: van al
die uren, zeg mij, welke is het ware?"
//Vreemde vraag voorwaar! Het uur is voor de geheele
wereld juist, omdat de zon voor ieder op een ander punt
^cuijnt op te gaan. Is mijnheer de professor tevreden over
zijn leerling met grijze haren?"
//Ja, doctor, volkomen tevreden, want het blijkt nu
tlat wij het zoowel in théologie als astronomie volkomen
eens zijn. Iedere kerk, ja, ik zou bijna durven zeggen ieder
Christen, heeft een andere horizon voor zich. Geboorte en
oj>voeding schenken ons het uitgangspunt. Op ons rust
<laarna de pligt, <mi meer en meer de waarheid te nade-
ren, die ons roept en wenkt. Aan ons zelf is liet gegeven
ora die waarheid door studie en deugd deelachtig te wor-
<len. Het is zeker een groot voorregt digt bij de zon ge-
plaatst te zijn; maar dat is nog niet altijd een reden om
hem beter dan anderen te kunnen zien. Ziedaar, doctor,
waarom ik mijne kerk vereer, zonder daarom andersden-
kenden te verwensclien. '
Dat alles werd gezegd met eene eenvoudigheid en een
onschuld, die aan liet bevallige grensden. Och I wat is de
deugd in een jeugdig gemoed toch schoon I Het is de
dageraad van een schoonen Mei-morgen I
//Jeugdige vriend" antwoordde ik: //Uwe illusiën heb-
ben iets verleidelijks; het gevoel, dat er aan ten grond-
slag ligt, heeft zelfs iets wat eerbied wekt; maar de eerstt^
ademtogt der rode doet ze ineenstorten. Indien ieder
christen de waarheid kan opvatten zoo als hij dat persoon-
lijk goed vindt, dan bestaat er geen waarheid meer. We
keerden op die wijs terug tot het scepticisme van Mon-
taigne. Er zal op die wijs geen enkel dogma zijn wat
niet aangevallen, geen geloof dat niet gesch<^kt wordt.
Uwe théorie, zoo christelijk in schijn, veroordeelt ons
tot eeuwigen twijfel en leidt tot algemeen ongeloof."
//Op die wijze, doctor, voert gij proces tegen den mea-
schelijken geest, dat wil zeggen: tegen het werk van God
zelf! Even gemakkelijk zoudt gij, op grond van het ver-