Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
bij uitnemendheid noemt, de vrije kerk, de kerk van
Swedenborg en eindelijk die der universalisten. Te zamen
drie en twintig kerken en kapellen. De vier en twintigste,
die ongeveer in het midden van de straat ligt, is de kerk
(Ier coniiresrationalisten.''
Toen zij , schier zonder ademhalen, die lange lijst had
opgedreund, groette zij vriendelijk en verliet mij.
//Sakkerloot!" dacht ik: /.als iemand hier zijn geloof
verloor, zou hij het in deze straat stellig en zeker terug
kunnen vinden. In dit land zal evenwel een ministerie
van eeredienst waarlijk geen sinecure zijn, In Frankrijk,
waar de staat maar vier godsdiensten erkent, heeft het
ministerie van eeredienst al heel wat te doen; maar lioe
zou men er hier toe komen om het budget eerlijk te ver-
deelen en paal en perk te stellen aan de eischen der
verschillende gezindheden, die zeker allen even naijverig
op elkaar moeten zijn? Dat is een raadsel, dat ik niet
kan oplossen. Dan is het in Spanje beter; dat is een volk,
dat getrouw is aan de traditiën en het ware beginsel
handhaaft. Dank zij hot huwelijk tusschen Kerk en Staat,
gaat daar alléén alles goed en voortreffelijk, terwijl bij ons..."
Over deze en vele andere zaken rijp nadenkende, had
ik de kerk der methodisten-negers bereikt. Ik dacht aan
Zambo en kon aan den lust geen weerstand bieden om
even binnen te treden.
De vergadering was talrijk en er heerschte een bewe-
ging die men anders niet in kerken opmerkt. De nege-
rinnen, met gouden versierselen behangen, begroeven de
banken onder den ontzettenden omvang harer crinolines:
de negers bezongen het Opperwezen met klagend geluid.
Er was iets kinderlijks en te gelijk iets treffends in de wijze
waarop zij den psalm zongen. De geestelijke, een reus-
achtige neger met een vrij eerbiedwaardig voorkomen, nam
daarna het woord en hield eene rede die mij onwillekeu-
rig trof. Ik weet niet waar hij zijne godsdienstige opleiding
erlangd had; hij was, zeide hij mij later, een gewezen
slaaf, die door Gods goedheid was vrijgekocht van eene
slavernij, minder hard en minder schandelijk dan die der