Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
die op de bank, onder een der ramen van den kiosk,
plaats nam en tot mijne verbazing kort daarna met iemand
in gesprek was. Het was Seth. Geen woord van hun
onderhoud kon mij ontsnappen.
//Waai'de zuster," zei hij op den temenden toon, die
hem kenmerkte: //er zijn, naar mijne zienswijze, slechts
drie dingen, die verwondering baren kunnen. In de eerste
plaats begrijp ik niet waarom de kinderen dwaas genoeg
zijn om de vruchten met steenen uit de boomen te wer-
pen; indien zij slechts geduld hadden, dan zouden de
vruchten afvallen en zij hadden ze voor het oprapen.
In de tweede plaats vat ik niet waarom de menschen
in het algemeen en de Amerikanen in het bijzonder, gek
genoeg zijn om elkander te beoorlogen en zoodoende bij
duizenden om het leven te brengen ; indien zij de zaken op
haar beloop lieten, dan zouden al diegenen, die zij verdelgen
willen, van zelf sterven. In de deide plaats verbaast het mij,
dat de jongelingen dom genoeg zijn om de meisjes voort-
durend op de hielen te zitten, met wie zij in het huwelijk
willen treden; indien zij heel bedaard te huis bleven, dan
zouden het de meisjes wezen, die hen uit eigen beweging
zouden komen opzoeken. Vindt gij dat ook uiet, Martha?"
//Ik vind, Seth, dat het u niet aan verstand, maar ook
niet aan verwaandheid ontbreekt."
//En gij, Martha, gij zijt niet minder schoon dan ver-
standig!"
//Kom ! Gij denkt niet aan hetgeen gij zegt !'*
//En gij, gij zegt niet wat gij denkt!"
Zoo kakelden zij met elkander, totdat Seth eindelijk,
na honderd omwegen, met eene liefdesverklaring in optima
forma voor den dag kwam.
//Martha," zei hij met een hartverscheurende zucht: //be-
mint gij mij weder?"
//Seth," antwoordde zij: vhet staat geschreven, dat de
menschen elkander lief moeten hebben.'*
//Zeker! Maar ik wenschte van n te vernemen of gij
die bijzondere genegenheid voor mij koestert, die men in
de profane wereld liefde noemt." ^