Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
OP REIS.
51
gids, en vreemd worden onze oogen aangedaan, nu wij het
daglicht weder aan de opening zien schijnen. De warme
zomerlucht omringt ons en doet ons aangenaam aan, en on-
willekeurig laten wij een zucht ontglippen, nu wij van onzen
onderaardschen tocht weder in de wijde wereld komen.
Nu gaan wij naar het station van den spoorweg en dan-
ken elkander voor het gezelschap, leder neemt een kaartje,
waarmede hij naar zijne woonplaats kan reizen, om vader
en moeder verslag van alles te geven, gedachtig aan het
versje: Als iemand verre reizen doet, dan kan hij wat ver-
halen , enz.
Ik wensch u allen wel thuis, en hoop, dat de reis u goed
bekomen zal, terwijl ik u uitnoodig, indien u ons zwerf-
tochtje bevallen is, mij later nog eens op een uitstapje te
vergezellen.
Adieu, vriendjes en vriendinnetjes! goede reis, wel thuis,
de groete aan uwe huisgenooten.