Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
50 OP REIS.
trouwbaar man; hij zal ons hier in die diepe duisternis niet
laten staan. Dacht gij aan die verdwaalde monniken? Ziet
in de verte en diepte! Wordt het daar niet licht? Ziet, een
lichtend puntje beschrijft een cirkel, 'tls de gids, die met zijne
fakkel zwaait, en nu door een lagen, dan een meer verhe-
ven gang ons op een draQe nadert, 't Gelijkt wel uit een
tooversprookje, niet waar? 'tWas heel aardig, maar wij ver-
heugen ons toch, dat wij den man weder naast ons zien
gaan.
Weer linksom en rechtsom vele malen. Ziet, hier is een
spotvogel bezig geweest. Twee koddige poppetjes met bijschrift:
„Bismarck en femme de Bismarck"; en hi^r staat nog al een
figuur: J'ai mal aux dents."
Nu verzoekt de gids ons toe te luisteren. Hij roept: „Zijt
gij daar, echo? Ja?" en uit de verte komt het antwoord
„Ja!"
De gids doet een diepen zucht hooren, en de echo weer-
kaatst dien.
„Heilo!" roept de gids.
„Heilo!" antwoordt de echo.
„Wat doet de heer Van Kasteelen?"
„Stelen," antwoordt de echo.
Ook wij roepen haar wat toe, en krijgen eveneens trouw
antwoord. Dat was heel wat grappiger, dan hetgeen wij
straks bij het „hellepoortje" te zien kregen.
De gids vertelt ons nog, dat men in den St. Pietersberg
vele versteende dieren gevonden heeft, o. a. een Maasha-
gedis met een kop van bijna 1,5 Meter. De kop van dat
dier, en vele andere versteende dieren worden thans in een
museum te Parijs bewaard.
„Nu zijn wij aan het einde van onze wandeling", zegt de