Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
OP REIS.
49
"Weder gaan wij linksom en rechtsom tot wy op eene
plaats komen, waar de gids ons kribben aanwijst, waaruit
het vee gegeten heeft, toen de inwoners van Maastricht ten
getale van ongeveer 1700 in 1794 gedurende het beleg door
de Franschen in den berg eene schuilplaats zochten. Hij
wijst de ovens, waarin men het brood bakte; den schoorsteen,
door de natuur gevormd, waaronder gestookt werd; het al-
taar, waaraan de godsdienst verricht werd.
Nu worden wij in een zeer breeden gang geleid, en zien
wij op een helderen wand eene groote locomotief geteekend
met het bijschrift: Bij de opening van den Aken—Maastricht-
schen spoorweg, 20 October 1853. Onze gids verhaalt ons,
dat bij die gelegenheid onze Koning met heeren en dames
van zijn gevolg, de ingenieurs, spoorwegdirectie en vele
anderen daar een maaltijd gehouden heeft. Alles wastoover-
achtig verlicht, en toen een feestdronk bij die gelegenheid
was ingesteld, en men met de gevulde champagneglazen
klonk, hief een muziekcorps, in een van de naburige gangen
geplaatst, het Wilhelmus aan, door welke verrassing enkele
dames zoo geweldig schrokken, dat de glazen uit hare han-
den vielen. Ook des Konings naam staat op den muur ge-
schreven.
Een eind verder verzoekt de gids ons eenige oogenblikken
alleen te blijven. Hij verdwijnt door een zijgang; daar zien
wij hem met zijne fakkel door een gat kruipen, waarna hij
in de diepte verdwijnt. Het wordt geheel duister om ons
heen; de voetstappen van onzen gids hooren wij niet meer.
Zoo nu en dan zien wij in het verschiet een lichtglans op
den muur, ten bewijze, dat hij in een parallelgang voort-
rent.
Wordt maar niet angstig, meisjes! De gids is een ver-