Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
58 OP BEIS.
zulk een aantal bewijzen voorhanden, dat zelfs beroemde
mannen zich volstrekt aan dat rijmpje niet stoorden, dat wij
ook van de aangeboden gelegenheid zullen gebruik maken.
Ziet, daar staat het: Reisgezelschap „Vlug ter been!" —
En nu mogen we die namen wel eens bezien. Onze gids
zal met zijn reusachtig licht wel aanwijzen en bijlichten.
Ziet, wat oude letters! Vele professoren hebben zich afge-
pijnd om ze te ontcijferen. Maar dat reuzenschrift kunnen
we lezen:
1037 Francis Brecmathi. 1408 Petri Nabbe; en daar naast
1511 met nog honderden andere namen.
Hier verzoekt de gids onze aandacht, en wijst ons een uitge-
holden boomstam, geheel als verglaasd. Hij is geheel vuur-
steen geworden, en let op: daar valt een druppel helder water
in den versteenden boom, en juist iedere negen seconden weder
één. Telt maar: één, twee .... negen, „tik"! De gids neemt
een glas, wascht het uit, schept het vol, en laat het u
drinken. Zuiver water, maar heel koud, niet waar? De gids
zegt: „Juist 6° celsius."
Al weder lezen wij namen: Walter Scott 1815. Hij was
een Engelsch dichter en romanschrijver. Louis Beethoven,
de groote componist, die in 1827 overleed. Prins Van Wales
en generaals. „En hier," roept de gids met eenige geestdrift
uit, „hier staat met groote letters: Napoleon I. De letters
zijn slecht leesbaar, en ik zal u daarvan de oorzaak zeggen.
Toen eenige Pruisische officieren den naam zagen staan,
trokken zij hunne sabel en hakten en krabden in de zachte
steen, om den naam onkenbaar te maken. Maar mijn vader,
ofschoon hij een klein man was, maakte zich boos, en gelastte
den heeren hun vernielingswerk te staken, daar hij anders on-
middelijk de fakkel zou dooven, en hen on verzeld achter zoulaten."