Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
46 OP BEIS.
tijde heerscht in den berg 54° F., zoodat wij het er zomers
kil en 's winters aangenaam noemen. De gids zegt aan den
bewoner van het in den grot uitgehouwen huisje, dat hij in
den berg gaat. Mocht hij soms wat lang weg blijven, dan
onderstelt men een ongeluk, en zendt de portier een tweeden
gids tot onderzoek. Het stadsbestuur heeft die maatregel voor
de veiligheid genomen; doch wij behoeven ons niet angstig
te maken, en zullen gerust binnentreden. De ijzeren deur
gaat open en terwijl wij in halfdonker staan, zien wij den
zwarten nacht vóór ons.
Ziet gij nu, waartoe die witte, ronde stok dienen moet,
welken de gids op onze wandeling met zich voerde ? 't Is
eene fakkel. Ziet, hij zal haar aansteken. Nu zij goed brandt,
noodigt hij ons uit hem te volgen. Daar gaat het voorwaarts
door reuzengangen ongeveer 5 M. breed en 6,7 tot 10 Meter
hoog. Wat spookachtig is alles om ons heen! Wij zijn half
verlicht, onze schimmen trekken langs de witte of liever
Uchtgele vuile wanden. De toortsvlam flikkert, de rook kron-
kelt naar boven, en wanneer de helderheid der vlam begint
te tanen, is het kloppen van de fakkel tegen muur of
grond voldoende, om nieuwe flonkering in het leven te
roepen.
Onze gids vertelt ons, dat men reeds ten tijde van de
Romeinen begonnen is gesteenten uit den berg te hakken,
en dat men daarmede tot op den huldigen dag is voortge-
gaan. Al voortarbeidende heeft men meer dan honderddui-
zend gangen uitgehouwen. Tegenwoordig hakt men het ge-
steente niet meer, maar zaagt men platen uit, welke weder
in kleinere stukken gezaagd kunnen worden. De zandachtige
kalksteen is n.1. zeer week, zoodat men met de nagels ze
afkrabben kan. Wanneer ze echter eenigen tijd aan de bui-