Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
OP EEIS, 45
komen. Eene lieve wandeling, niet waar? De gids, die als
de meeste gidsen een zeer vriendelijk en spraakzaam mensch
is, vertelt ons, dat wij hier een gezicht hebben op Heugem,
en dat bij hoogen waterstand deze streken overstroomen. Hij
wijst ons, nu wij hooger khmmen, nog meer plaatsen van
den omtrek, en vooral op de overblijfselen van het oude fort
Sint Pieter, dat omstreeks 1681 verwoest en verlaten is.
Een nieuw klooster in de nabijheid van Sint Pieter is later
verrezen. De helling van den berg, welken wij bestijgen, en
die vrij steil is, wordt hoofdzakelijk met moesgroenten be-
bouwd. De akkers worden door vriendelijk gelegen woningen
en boschjes van kreupelhout aangenaam afgewisseld, terwijl
hier en daar tusschen grasvlakten de kale zandsteenrots zich
aan het oog vertoont.
Boven op den berg staat de buitensocieteit van Maastricht
„Slavante" geheeten. Het is een smaakvol gebouw, dat eene
ruime concert- of balzaal bevat en breede waranda's, waaron-
der wij door onzen gids uitgenoodigd worden plaats te nemen.
Als wij hem vragen, waarom wij niet naar den berg gaan,
antwoordt hij ons, dat de temperatuur in en buiten den berg
zoo groot verschil oplevert, dat hij het voor onze gezondheid
raadzaam acht, dat wij eerst na onze wandeling een weinig
bekoelen. Nu, onder een glas frisch Maastrichtsbier is het
daar wel uit te houden. Het gezicht toch over de Maas is
van die hoogte prachtig.
De gids verzoekt ons hem te volgen, en na een smal
bergpad afgehuppeld te hebben, staan wij voor eene breede
spelonk. Toen wij nog op een tiental schreden afstands wa-
ren, kwam ons de kilheid van de grot reeds tegen, zoodat
wij onze uitademing konden gewaar worden. Nu , de tempe-
ratuur zal ongeveer 30° Parenh. verschillen. In ieder jaarge-