Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
OP EEIS.
Ieder jaargetijde geeft zijne eigenaardige genoegens te sma-
ken: de Herfat biedt zijne vruchten in overvloed aan, de
Winter schenkt sneeuw- en ijsvermaak, de Lente hare bloe-
men en de Zomer zijne lange, zonnige, schoone dagen.
AVat al genoegens biedt de Zomer den mensch niet aan!
Het huis is ons te klein en te benauwd, de tuin is ons te
eng, en voort! gaat het door weiden en velden en bosschen.
Wij dartelen in den zonneschijn, vliegen over 't veld kapel-
len na, en doodmoe vleien wij ons in het maische gras onder
een schaduwrijken boom neer. Het slapensuur wordt verscho-
ven, want 't is nog zoo heerlijk daar buiten, nadat reeds
de zon een geruime poos in een gloeiend rozenbed is ter
ruste gegaan.
Maar niet alleen is het huis voor velen te klein en te be-
nauwd geworden, zelfs stad of dorp bieden geene ruimte ge-
noeg aan en de woonplaats wordt verlaten, andere provin-
ciën worden bezocht, en verre streken door velen in alle
richtingen doorkruist. Dan worden rivieren en meren beva-
ren, bergen beklommen, dalen doorwandeld, dan wordt na-
tuur- en kunstschoon opgezocht en bewonderd, alle zorg
verbannen en vergeten, dan wordt het lichaam gesterkt en
de geest verfrischt, dan wordt nieuw leven ingegoten, lust,
om weder met onvermoeiden ijver te werken.