Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
40 OP BEIS.
een tuintje, achter en ter zijde van het koffiehuis gelegen,
dat wij bij de intrede in de passage op den hoek zagen staan.
Straks wemelt het er van gasten, die onder het gebruik van
brood, bier, wijn, vleesch, enz. een aardig uitzicht hebben
op de menschenmassa, die af- en aanstroomt.
Vooruit nu weder, langs het Domplein. Hier nog elk een
fleschje echte Farina eau de cologne gekocht, dat als „welkom
thuis" voor Moeder of onze oudste zuster zal dienen. Ziet,
daar staat nog al zoo'n eau-de-cologne-magazijn. Wat tal
van flesschen en fleschjes! Gelooft gij wel, dat men in Keulen
(Cologne) de straten met eau de cologne schrobt en er de
glazen mede wascht?
Het is reeds druk aan 't station! Er schijnen veel reizigers
te zijn. Hier staat onze trein. Stapt maar in. Ja, 'tis goed.
Hier staat een bord: Achen. Nu, we willen over Aken immers
naar Maastricht ? O, nu begrijp ik u! Gij verwondert u, dat
de Uchten in de wagens nog branden en het is reeds tien
ure. Neen, men heeft niet vergeten, ze uit te doen, maar opzette-
lijk aangestoken. Het zal u straks duidelijk worden, waarom.
Daar gaan wij al. Vaarwel, groote, oude stad, vaarwel!
Wanneer wü onze geschiedboeken weder ter hand nemen,
en de oude Hollandsche graven, of jaren als 1672 onze ge-
dachten met ondenkbare snelheid naar uwe grijze wallen
verplaatsen, dan zullen wij met genoegen aan de uren terug-
denken, welke wij in uwe straten doorbrachten.
Onder gestamp, gefluit en gesis rollen wij steeds verder,
maar de domtoren blijft lang in het gezicht. Wederom gaat
het langs lachende velden van verschillende tinten, waarin
verscheidene plaatsen schilderachtig gelegen zijn, welke ach-
tereenvolgend door den conducteur worden aangekondigd.
Op eens wordt het plotseling nacht om ons heen. Niets zien