Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
36 OP BEIS.
Het is Johann Von Werth. Hij leefde van 1593-1652.
en men verhaalt het volgende uit zijn leven.
Johann Von Werth was een eenvoudige brouwersknecht,
die niet zelden voor zijn baas boerenwerk moest verrichten.
Hij mocht in dien tijd gaarne eens over de groentemarkt
slenteren of er boodschappen doen. Hij liet zijn oog vallen
op een boerinnetje, dat Grietje heette, en vroeg haar op
zekeren tijd ten huwelijk. Grietje scheen daarover zeer be-
leedigd, en wees op vinnige wijze zijn aanzoek van de hand.
Het eerste schilderij stelt haar voor in eene poort staande
met de handen in de zijde, terwijl Johann stillekens afdruipt.
Jan werd over het bescheid van Grietje zoo baloorig, dat hij
dienst nam bij het paardenvolk. Als jonkman en jonkvrouw
zien wij beiden uitgebeeld aan de linker- en rechterzijde van
het monument. Jan blijft geruimen tijd dienen, verkrijgt
telkens hooger rang in het leger, en komt eindelijk als Veld-
maarschalk in zijne geboorteplaats terug. Griet schijnt hem
niet uit het oog verloren te hebben, en toen hij op zekeren
dag over de groenmarkt loopt, en ziet, of hij er ook nog
bekende gezichten uit zijne jeugd aantreft, maakt hij op
nieuw kennis met Grietje, welke moeite in 't werk stelt, om
zich bij Jan aangenaam te maken. Deze echter wijst haar
nu van de hand, zooals zij eertijds hem afwees. De schilderij
op de achterzijde maakt ons dat aanschouwelijk.
Nu willen wij nog even in dit gebouw gaan. Hebben vele
bierhuizen het eigenaardige, wat wij reeds opmerkten, dit ge-
bouw is ingericht voor het drinken van wijn. Het is een
„Weinstube" dat is eene wijnzaal. Bij het binnentreden staan
wij al aanstonds voor eene deur, welke gemaakt is in den
trant van vóór een paar eeuwen. Nu wij binnen gaan, zien
wij, dat er alles even ouderwetsch uitziet. De tafels en stoe-