Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
34 OP BEIS.
Voor lange, lange jaren bewoonde een rijk heer dat huis
met zijne vrouw, die Richmodis heette. Zij waren beiden
recht gelukkig en hadden alles, wat zij maar durfden begeeren.
Maar op jeugdigen leeftijd sterft de schoone vrouw, en diep
bedroefd moet de rijke man zijne teeder beminde gade naar
hare laatste rustplaats brengen. Zeer hard viel hem die taak,
en thuis gekomen, had hij tot niets lust en opgewektheid.
Hoe zijne vrienden en trouwe bedienden hem ook trachtten
te troosten, het baatte niemendal. Op eens komt een zijner
bedienden hem des nachts wekken met de mededeeling, dat
iemand zich aan de voordeur had aangemeld. Op zijne ont-
stelde vraag, wie dat zijn mocht, vertelde de dienstknecht,
dat zijne vrouw teruggekeerd was, en beneden was. „Onmo-
gelijk, onmogelijk!" riep de verwarde uit, en toen de bedien-
de niet ophield met hem de waarheid te verzekeren, riep hij
uit: „Ik zal gaan zien, maar gelooven doe ik het nog niet.
Eer zullen mijne schimmels de stal verlaten, den trap op-
gaan en boven uit de ramen kijken, alvorens zoo iets gebeu-
ren kan." De legende zegt, dat op dat woord de dieren den
trap opgingen, en dat ter gedachtenis daaraan nog heden
ten dage twee steenen, levensgroote schimmels de koppen
uit het raam steken.
Gij hebt zeer juist opgemerkt, dat Keulen nog al stand-
beelden bezit. Dat, waarvoor wij nu staan, is de afbeelding
van Frederik "Willem III te paard. Niet alleen zijn die ruiter
en dat paard prachtig bewerkt, maar ook het voetstuk is
een kunstwerk. Het is geheel omgeven met beelden en beel-
dengroepen, die er los voor staan, en werkelijk portretten
zijn. Zie slechts: hier staat de Hertog van York, daar de
Graaf van Solms, allen van meer dan natuurlijke grootte
en heel wat fraaier dan het ruiterstandbeeld in Den Haag.