Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
OP REIS. 29
Onder Keizer Karei den Groote, die van 768 tot 814 re-
geerde, is men begonnen de domkerk te bouwen. Toen in
later tijd door handel en scheepvaart, zoowel als door het
bezoek van vreemdelingen, waaronder vele pelgrims, de stad
zich aanmerkelijk uitbreidde, werd het oude gebouw voor
de toestroomende geloovigen te klein. Velen moesten zich
groote offers getroosten, ten einde een kapitaal bijeen te
brengen, waarmede men het gebouw wat grooter kon maken.
Toen nu in 1248 het kerkgebouw door brand vernield
werd, begon men een nieuw en grooter gebouw te stichten,
dat na vele wederwaardigheden ondervonden te hebben, ein-
delijk geworden is, wat het nu is.
Omtrent den bouw zou ik u de volgende bijzonderheden
nog kunnen mededeelen.
Vierenzeventig jaren heeft men voortgebouwd eer men zoo-
verre gekomen was, dat het koor ingewijd kon worden.
Dat geschiedde in 1322. Langzaam vorderde men tot den
tijd der hervorming, toen het werk nagenoeg geheel gestaakt
werd. Toen men later den bouw voortzette, werd hij alleen
beperkt tot inwendige versiering.
Langzaam werkte men voort, tot men de hulp van het
beschaafd publiek inriep, en wees op het belangrijke van de
voltooiing van zulk een kunstwerk van bouwkunde. Door de
krachtige medewerking van den Koning van Pruisen, Prede-
rik "Wilhelm IV, werd in 't jaar 1841 eene Dombouwveree-
niging in het leven geroepen, welke zooveel belangstelhng
wist te wekken, dat door bijdragen van particulieren, lote-
rijen van kunstvoortbrengselen van beeldhouwers, schilders
en andere kunstenaars, en eene geldloterij in aandeelen zoo-
veel gelden werden bijeengebracht, dat men na 1842 met
kracht den bouw heeft kunnen voortzetten.