Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
26 OP BEIS.
Nu zullen -wij een nieuwen dag nemen, om nog een en
ander in en om Keulen te bezien.
Eerst wenden wij onze schreden naar het plein, waarop
zich de domkerk bevindt, welke nergens haars gelijke heeft.
Het groote meesterstuk van bouwkunde is zoo ontzagwek-
kend en maakt zulk een diepen indruk op ons, dat wij het
toch zoo groote domplein voor zulk een gebouw te klein
vinden. En werkelijk, al gaan wij met den rug tegen het
verkoophuis van de echte Farina eau de cologne staan, dat
vlak tegenover den toren gelegen is, dan moeten wij het
hoofd in den nek leggen, om de hoogte van den toren te
kunnen zien. Er wordt druk over gesproken, om de huizen,
welke het domplein omgeven, te onteigenen en dan het plein
te vergrooten, waardoor het bouwkundig monument al zijne
schoonheden beter kan ten toon spreiden. Eeeds op uren af-
stands zagen wij gisteren in den trein den toren zich stout
in de lucht verheffen. Nu hebben wy hem vlak vóór ons,
en wUlen wij hem naderen, nauwkeuriger bezien en daarna
bmnengaan om de kerk in oogenschouw te nemen.
De twee torens, waartusschen het hoofdportaal gelegen is,
hebben eene hoogte van ongeveer honderdzestig meter. Ver-
gelijken wij die hoogte met eenige andere ons meer bekende
torens, dan kunnen wij beter oordeelen. Zoo ia de "Wester-
toren te Amsterdam vijfentachtig M., die van Amersfoort
achtennegentig, die van Groningen vijfennegentig, en die van
Middelburg tweeëntachtig M. hoog, terwijl de Utrechtsche
dom eene hoogte vaa 120 M. heeft.
Ziet gij wel, dat het muurwerk van den toren geheel uit
pilaren bestaat, die alle zoo fijn bewerkt zijn, dat het schijnt
of iedere pilaar uit verscheidene te zamen verbondene bestaat.
Slank schiet de geribde pijler omhoog als een fameus grooten