Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
22 OP BEIS.
beneden rijden, en dat touw zoodanig met den trein in ver-
binding is gebracht, dat de snellieid bergafwaarts wordt ge-
temperd, en het terugloopen bij het opwaarts rijden wordt
belet. Hij deelt ons mede, dat men tot datzelfde doel op
steile bergen een tandrad bezigt.
Al pratende zijn wij te Dusseldorf aan den Rijn aangeko-
men. Het begint reeds avond te worden, en als er niets bij-
zonders te zien is, dan doen wij wijzer eerst te gaan slapen,
en morgen vroeg weder rond te gaan zien. Maar nu wij ons wat
verfrischt hebben, want het was warm en stoffig onderweg,
kunnen wij wel eens de voornaamste straten doorkruisen.
Wij hebben den geheelen middag gezeten, dus zal eene
wandeling ons goed doen en lekker doen slapen. Het valt
ons op, dat de stad zindelijk en ruim gebouwd is, en in
hare ruime straten prachtige winkels heeft, met flinke,
sierlijke gebouwen, welke wij morgen beter kunnen bezien.
Zie zoo, jongelui, nu aan het wandelen. Hier in den
omtrek van het station zien wij, dat het aan gelegenheid
tot logeeren niet ontbreekt, want wij tellen daar reeds vijf,
zes, nog meer hotels vlak bij elkander. Wat nu? Gij wilt
eens zien hoe de Pruisische ulanen excerceeren op dat ruime
excercitieveld ? Welnu, ziet dan maar eens. Laat ons op één
van die vele banken gaan zitten. Wat draait dat alles aardig
dooréén, vindt gij niet? Wat ordelijk gaat alles in zijn werk!
Alles op hoornsignalen. Nu, opgestapt. Wij kunnen er al
wandelend nog een geruimen tijd naar kijken, want de straat,
welke wij inslaan, loopt geheel langs het oefenveld. Wat zegt
gij wel van zoo'n straat? Is die niet prachtig? Als men zóó
uit het station komt, kan men haar dadelijk inloopen. Mid-