Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
OP REIS. 21
al maar aUes op te kunnen merken, welke groot afwisseling
van prachtige gezichten dat kleine reisje oplevert. Hier staren
wij in eene schilderachtig dal, ginds tegen eene bergglooiing
met bosschen beplant. Xu eens wijst hij ons op lief gelegen
dorpjes en kronkelende beekjes, dan op het groot aantal
kolenschachten en fabrieken, vooral voor ijzerwerken, maar
ook voor het verwerken van katoen, linnen en zijde.
Onze vriendelijke reisgezel deelt ons mede, dat wij langs
de grenzen van het Sauerland gaan, en dat de Zuurlandsche
gebergten ginds in de verte steeds in hoogte toenemen. Voorts,
dat wij van hier wel acht uren langs den ginds stroomenden
Wupper konden voortreizen door een keten van aUerlei fabrie-
ken, waarmede het Wupperdal als bezaaid is.
Wij zien onze oogen uit, als wij vlak bij elkander tegen
de berghelling de steden Elberfeld en Barmen zien liggen,
die ons één groote fabriek toeschijnen, en welke daardoor
geheel van nijverheid bestaan. Beide steden teUen nagenoeg
tachtigduizend inwoners.
„Ziet hier," roept onze gids, en hij wijst ons nu eens op
het schoongelegen Ritterhausen, dan weder op ruïnen, en
voor weinige jaren gebouwde sloten, nu eens afstekende tegen
een donker sparrenbosch dan weder op eene hoogte gelegen,
vanwaar het gezicht uren ver reikt. Zoo zien wij met belang-
stelling nu naar de ontzaggelijke ijzerfabrieken van Hochthal
dan naar de uitgestrekte glasblazerijen van Gerresheim.
Ook ontgaat het onze aandacht niet, dat wij van af El-
berfeld langzaam naar lager landstreek zakken, en dat tus-
schen de dubbellijn van rails naast ons, midden over, een
zwaar kabeltouw ligt.
Nu wij onzen medereiziger naar het doel daarvan vragen,
antwoordt hij ons, dat wij nu geheel zonder stoom naar